h
Rechtvaardig veranderen

2. Natuur, landbouw en landschap

Overijssel beschikt over een prachtig, gevarieerd platteland en is rijk aan een groot aantal unieke landschappen. Het is zaak dat we behouden en ontwikkelen wat mooi is en beschermen wat kwetsbaar is. Tegelijkertijd is ons landelijk gebied geen museum. Het is ook een plek waar mensen wonen, werken en recreëren, daar moet ook ruimte voor blijven. Dat betekent wel dat er regelmatig tegengestelde belangen zijn in een gebied: landbouw versus natuur, landschap versus woningbouw of natuur versus bedrijventerreinen. Die belangen moeten zorgvuldig worden afgewogen met een hoofdrol voor het belang van de inwoners van het betreffende gebied.

Natuur

De toestand van de biodiversiteit is zorgelijk, zowel de afname van het aantal soorten als de afname van de hoeveelheid van elke soort. Dit komt voor een belangrijk deel door de chemische stoffen in de landbouw. Een afname van het aantal bijen betekent ook dat de bestuiving van landbouw- en natuurgewassen in gevaar komt. Een ander gevaar voor de biodiversiteit is het toepassen van genetisch gemodificeerde gewassen waarvan de gevolgen voor andere gewassen en planten niet te overzien zijn. We moeten daarom geen (proef)velden met genetisch gemodificeerde gewassen toestaan.

De provincie moet doorgaan met het verbinden van alle belangrijke natuurgebieden. Prioriteit moet daarbij worden gegeven aan die plekken waar de bestaande natuur het meest kwetsbaar is en de biodiversiteit onder druk staat. Dat geldt in het bijzonder voor de zogenaamde Natura 2000-gebieden, waar de natuur bijzonder en kwetsbaar is. De provincie zorgt voor voldoende faunapassages om te zorgen dat dieren vrij tussen natuurgebieden kunnen bewegen en zo de achteruitgang van de biodiversiteit wordt tegengegaan. Schade die door wolven ontstaat, wordt vergoed. De provincie stimuleert onderzoek naar beschermende maatregelen die niet alleen beschermen tegen wolven maar ook tegen loslopende honden. De plezierjacht moet verboden worden. Bij calamiteiten waarbij natuur en landschap worden beschadigd, bijvoorbeeld bij grote stormschade, helpt de provincie gemeenten met het herstel.

Steeds meer houtwallen verdwijnen. Houtwallen zijn kleine eilandjes natuur in de landbouwgronden die ontstaan zijn door een landbouw met één soort gewas (monocultuur). Deze ‘eilandjes’ zijn van groot belang voor de biodiversiteit maar zijn ook belangrijk voor de beleving van het buitengebied. Er moet daarom een gecontroleerd beheerbeleid komen waardoor er meer houtwallen kunnen blijven bestaan.

De SP vindt het belangrijk dat de provincie het goede voorbeeld geeft. Daarom moet de provincie geen glyfosaat meer gebruiken op eigen terrein, provinciale wegen of waar dan ook.

Landschap

Overijssel kent vele mooie en bijzondere landschappen. Deze landschappen zijn ontstaan door ijstijden, rivieren maar ook door kleinschalige landbouw (het ‘coulissenlandschap’). Ze zijn een belangrijk decor voor recreatie en sport maar ook de vrijetijdseconomie en toerisme. Door ruilverkavelingen, intensieve landbouw en stedelijke ontwikkelingen komen deze landschappen steeds meer onder druk te staan. Als we ze niet beter beschermen, gaat dat niet alleen ten koste van onze eigen woonomgeving maar slachten we ook de ‘kip met de gouden eieren’. De provincie moet daarom in haar omgevingsbeleid de landschappen beschermen tegen verdere aantasting en ontwikkelingen stimuleren die de kleinschaligheid in het landschap weer terugbrengen. Landschap en natuur brengt de mens (gratis) ontspanning. We vinden dan ook dat de natuurgebieden zoveel mogelijk toegankelijk moeten zijn en blijven voor iedereen om ervan te genieten. Ook voor minder mobiele inwoners moeten de gebieden zoveel mogelijk (rolstoel)toegankelijk worden gemaakt. Hoogbouw in en aan de rand van natuurgebieden moet echter niet worden toegestaan. Dit tast het landschap aan en veroorzaakt lichtvervuiling.

Eerlijke landbouw

De voortdurende schaalvergroting in de landbouw en de steeds intensievere bio-industrie zijn een gevaar voor klimaat, natuur, mens en dier en houden boeren in een constante wurggreep. De SP, met andere organisaties en partijen, strijdt daarom al jaren voor een andere landbouw. Een landbouw die in balans is met de draagkracht van bodem en natuur en met het klimaat, respect heeft voor dieren en die zorgt voor een eerlijke prijs voor de boeren voor hun producten. Die zuinig omgaat met grondstoffen en de kringlopen zoveel mogelijk sluit. Alleen die landbouw is toekomstbestendig en kan blijven zorgen voor veilig en gezond voedsel.

Eerst waren het alleen de SP en een handjevol andere organisaties en partijen die daarvoor pleiten, maar nu wordt het ook breed gedeeld in de samenleving. Steeds meer overheden nemen in hun beleid op dat we toe moeten naar kringlooplandbouw en zelfvoorziening.

De landbouw kent grote problemen. Er zijn uitbraken van gevaarlijke dierenziektes die ook voor mensen grote gevolgen hebben, denk bijvoorbeeld aan de Q-koortsuitbraak. Er zijn enorme milieuproblemen, de biodiversiteit neemt af, vogels verdwijnen en bijenvolken sterven uit. Tenslotte wordt er gesold met boeren die dan weer aan het een moeten voldoen en dan weer aan het ander en dat alles voor een opbrengst die ternauwernood boven de kostprijs uitkomt. We moeten de landbouw nu echt veranderen. Ook in Overijssel is het daarom zaak om vol in te zetten op de omschakeling naar duurzame streeklandbouw. Als we daar nu voortvarend mee aan de slag gaan, kan Overijssel vooroplopen in eerlijk, duurzaam en veilig geproduceerd voedsel. En kan Nederland een goede
concurrentiepositie houden.

Voor boeren betekent dit – hoewel niet onverwacht - weer een nieuwe omslag, dus we zullen dit ook vooral samen met de boeren moeten doen. Overijssel kent al veel biologische en/of extensieve boeren die in de afgelopen jaren veel hebben geleerd en geïnvesteerd om de omschakeling te maken. Zij hebben ondervonden dat een landbouw in samenhang met de natuur vaak juist meer oplevert dan de gangbare landbouw. Die kennis is nu zeer waardevol voor andere boeren die nog voor die omschakeling staan.

Om tot een omschakeling te komen, moeten we duurzame productiemethodes en minder intensieve landbouw gaan stimuleren, net als korte regionale productieketens met zo min mogelijk transport. Daardoor wordt het milieu gespaard en worden de kosten gedrukt. Het produceren voor de eigen regio maakt dat mensen meer binding krijgen met hun voedsel en met de producent van hun voedsel. Dat maakt het draagvlak voor de landbouw groter. Er zijn daarnaast ook steeds meer initiatieven zoals stadsboerderijen, voedselbossen en consumentencoöperaties die producent en consument dichter bij elkaar brengen en die moeten we blijven stimuleren. Door het verkorten van de ketens kan er een omslag komen dat vers voedsel weer goedkoper wordt dan bewerkt voedsel. Onze vleesconsumptie moet omlaag en moet duurzamer worden. Voedselverspilling moet worden tegengegaan, ook in het provinciehuis. Bestaande bedrijven zullen we zoveel mogelijk begeleiden bij het toewerken naar de omschakeling.

Omschakelen naar streeklandbouw betekent ook dat de provincie geen (nieuwe) ruimte meer moet geven aan megastallen, varkensclusters, grootschalige geitenhouderijen en andere veefabrieken. Deze veroorzaken risico’s voor de volksgezondheid, zijn onwenselijk als het gaat om dierenwelzijn,tasten landschap en milieu aan en geven overlast voor de omgeving. Ook zien we steeds meer stalbranden die dan zorgen voor veel dierenleed. Bij uitbraak van dierenziekten zorgt de provincie ervoor dat inwoners en ondernemers zo snel en volledig mogelijk worden geïnformeerd. Als uit onderzoek blijkt dat bepaalde vormen van landbouw schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid dan geldt het voorzorgsprincipe en staan we uitbreidingsverzoeken en nieuwvestiging niet toe totdat duidelijk is wat de oorzaak is en welke maatregelen er nodig zijn.

De provincie moet niet meer meewerken aan ontwikkelingen die alleen de symptomen van de intensieve veehouderij bestrijden zoals mestvergisters. Deze hebben om rendabel te zijn juist meer mest nodig waardoor ze juist het houden van nog meer dieren stimuleren.

Gezinsbedrijven die passen in het landschap en die kunnen ‘boeren’ samen met de natuur moeten zoveel mogelijk ruimte krijgen om zich te (blijven) ontwikkelen. We investeren meer in innovatie op het gebied van duurzame productiemethoden, logistiek en regionale afzet. Ook moeten de mogelijkheden worden onderzocht van nieuwe teelten die de biodiversiteit geen schade toebrengen, zoals de teelt van hennep (mannelijke plant) voor vezels.

Een omschakeling naar duurzame landbouw betekent dat boerenbedrijven meer grondgebonden zijn en een eerlijker prijs krijgen voor hun producten. Daardoor hoeft het aantal gezinsbedrijven niet in hetzelfde tempo af te nemen als nu het geval is. Dit is ook goed voor de sociale samenhang op het platteland.

De omschakeling naar streekandbouw biedt ook kansen voor de natuur. Het maakt zowel landbouw die de natuur versterkt mogelijk (natuurinclusieve landbouw) als natuur waar landbouw prima mogelijk is (landbouwinclusieve natuur). Er zijn al mooie voorbeelden van landbouw die de natuur juist versterkt. Bijvoorbeeld boeren die in een vereniging of coöperatie gezamenlijk zorgen voor natuur en landschap (onder andere in de Friese Wouden). Of experimenten met permacultuur, een vorm van landbouw die gestoeld is op drie principes: zorg voor de aarde, zorg voor de mensen en eerlijk delen. Permacultuur bevordert de biodiversiteit en vermindert de uitstoot van CO2 zoals ook blijkt uit het experiment Everland (everland.nu). Dit soort initiatieven verdient dan ook navolging. Daar waar bestaande landbouw kan worden ingezet voor aanleg en beheer van nieuwe natuur moet dit gestimuleerd worden. Randvoorwaarde hierbij is dat de kwaliteit van de natuur gelijk moet zijn aan die in andere natuurgebieden én zoveel mogelijk toegankelijk moet zijn voor recreatie. Als landbouwgrond absoluut nodig is om achteruitgang van bijzondere natuur te voorkomen, en deze niet normaal kan worden aangekocht, gaat de provincie over tot onteigening.

Onze voorstellen

  • We gaan door met het verbinden van natuurgebieden en intensiveren onze inzet daarvoor. Prioriteit ligt bij gebieden waar de natuur en biodiversiteit het meest onder druk staan.
  • We zetten zoveel mogelijk in op toegankelijk maken van onze natuurgebieden voor iedereen, voor jong en oud maar ook voor mensen met een beperking.
  • We zetten vol in op omschakeling naar streeklandbouw.
  • Er komen geen nieuwe megastallen en grootschalige geitenhouderijen.
  • We staan geen (proef)velden met genetisch gemodificeerde gewassen toe in onze provincie.

U bent hier