Provinciale Statenverkiezingen 2019 SP Overijssel

  • Volg ons

  • i

Rechtvaardig Overijssel

Foto: SP

Op het provinciehuis zijn ze niet gediend van de mening van inwoners. Windmolens in Staphorst, een mestvergister in Zenderen, overal drukt de provincie haar zin door zonder oog te hebben voor de belangen en wensen van de mensen van Overijssel. Dat gaan we veranderen! Het is tijd dat de provincie zich richt op zaken waar we wat aan hebben. Voldoende betaalbare woningen, goed openbaar vervoer, een kleinschaliger landbouw en inzet op duurzaamheid waarbij mensen wat te zeggen hebben en profiteren, inplaats van alleen de rekening gepresenteerd krijgen. Daar knokken wij voor!

Lijsttrekker: Harry Broekhuijs

Overijssel is prachtig, maar verdeeld. In onze provincie hebben steeds meer mensen moeite om rond te komen, ook al hebben ze een baan. De SP wil het rechtvaardiger. Wij willen een Overijssel waar bewoners het voor het zeggen hebben, niet de bedrijven. Waar de rekening van de energietransitie niet op jou wordt afgeschoven maar bij de grootste vervuilers wordt neergelegd. Waar we huizen bouwen in leefbare dorpen en steden, waar je met een gewoon inkomen kunt wonen en waar de energiekosten laag zijn. Het is nu tijd om de macht van Rutte af te breken. Stem voor een sociaal Overijssel, stem SP!

11. Sander Taconis (1965, Zwolle)

12. Marianne Breedijk (1972, Hellendoorn)

13. Vincent Mulder (1959, Hengelo)

14. Tessa Grobben (1992, Almelo)

15. Annelies Futselaar (1952, Enschede)

16. Cees Sterkenburg (1955, Deventer)

17. Carlo Vinke (1996, Zwartsluis)

18. Lenka Pitrmanova (1973, Raalte)

19. Ana-Maria van Gemmert-Bartoli (1966, Oldenzaal)

20. Mieke Visser (1950, Borne)

21. Frouke van der Broek (1979, Almelo)

22. William v.d. Heuvel (1965, Hengelo)

23. Harry van Kampen (1955, Raalte)

24. Frits Akse (1953, Almelo)

25. Frank Stevens (1968, Hof van Twente)

26. José Koelen-van der Tuuk (1954, Borne)

27. Bas Royen (1966, Kampen)

28. Javier Cornelissen (1972, Almelo)

29. Frank Futselaar (1979, Zwolle)

30. Mariska ten Heuw (1971, Hengelo)

Wonen

Foto: Paulien Wilkinson

Er zijn veel meer betaalbare huur- en koopwoningen nodig. Zo kunnen jongeren in hun eigen dorp blijven wonen en pakken we de woningnood in de steden aan. Er komt een extra financiële impuls om achterstanden in sociale woningbouw in te lopen.

Klimaatrechtvaardigheid

                  

We zetten volop in op duurzaamheid, met een financieel voordeel voor gewone inwoners en een eerlijke en rechtvaardige verdeling van de rekening. We pakken de grote vervuilers aan en laten inwoners echt meebeslissen bij plaatsing van windmolens. We gaan stoppen met symptoombestrijders zoals biovergisters. Wel zetten we vol in op zonnepanelen, in de eerste plaatst op huizen, bedrijven, sportkantines en scholen.

Openbaar Vervoer

Foto: SP
                           

Al onze dorpen moeten met het OV bereikbaar zijn. We willen een uitgebreid, betaalbaar en toegankelijk OV-netwerk van bus en trein in onze provincie. De sociale veiligheid en de toegankelijkheid voor senioren en mensen met een beperking heeft daarbij bijzonder onze aandacht. Het OV is nu voor veel mensen (te) duur om een aantrekkelijke optie te zijn. Daarom maken we het OV goedkoper en willen we uiteindelijk naar gratis Openbaar Vervoer.

Landbouw

We zetten vol in op kleinschalige streeklandbouw. Met aandacht en respect voor de natuur en een eerlijke prijs voor boeren. Voor megastallen en grootschalige geitenhouderijen is geen plaats meer.

Lelystad

Lelystad Airport mag absoluut niet open. Dit prestigeproject betekent enorme overlast en milieu schade voor Overijssel en de brede regio. De SP loopt in Overijssel al langere tijd voorop in de strijd tegen Lelystad en wil alles op alles zetten om dit plan van tafel te krijgen.

Asbest

Foto: SP
               

Het verwijderen van asbest moet collectief worden opgepakt. Daarbij wordt er zoveel mogelijk bij een gecertificeerd bedrijf aanbesteed en kunnen de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. De overheid neemt het voortouw en helpt mensen financieel met het verwijderen van asbest. Opslaan van asbest is het probleem uitstellen. Daarom moet het ingezamelde asbest worden verwerkt. De provincie neemt hierin de leiding.

Onze grond

Foto: SP
             

De opslag van stoffen als afvalwater, olie, kernafval en asbest in onze bodem vormt een bedreiging voor ons drinkwater en milieu en wordt daarom niet toegestaan. We willen een einde aan de gaswinning in Overijssel. Omwonenden van de huidige gaswinning onder andere in Hardenberg, Wanneperveen en Eesveen hebben recht op een ruimhartig schadefonds.

Rechtvaardig veranderen

Zie hier ons verkiezingsprogramma in PDF formaat.

In dit verkiezingsprogramma vertellen we waar de SP in Overijssel voor staat, waar wij denken dat we naartoe moeten en wat we daarvoor moeten doen. We vertellen dat aan de hand van de onderwerpen waar de provincie over gaat. De kernwaarden van de SP: menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, zijn de basis voor onze visie en onze voorstellen. Wil je meer weten over de basis van onze visie en waarden? Dat is te lezen in ons beginselprogramma Heel de Mens.

De SP is er voorstander van dat de politiek zo dicht mogelijk bij de inwoners van ons land staat. De provincie als overheidslaag vinden we daarom eigenlijk overbodig. Het Rijk en de gemeenten zouden dat werk ook samen kunnen doen. Dat neemt niet weg dat het werk dat de provincie nu doet, belangrijk werk is. We merken er misschien niet direct iets van maar de provincie bepaalt de indeling van onze ruimte, controleert de gemeenten, zorgt voor openbaar vervoer en
verkeersveiligheid, stimuleert de regionale economie, bevordert cultuur en sociale samenhang, zorgt voor een veilig milieu en is daarnaast een belangrijke regisseur van landbouw en natuur. Alle reden dus om - zolang de provincie er als bestuurslaag is - ons in Provinciale Staten zoveel mogelijk voor onze waarden in te zetten!

En ten slotte: de leden van Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer. Hoe meer SP-Statenleden er zijn, hoe meer SP-Eerste-Kamerleden er zijn en hoe meer we van onze idealen kunnen realiseren!

1. Goed wonen in Overijssel

Goed wonen betekent dat je een betaalbare, degelijke, liefst duurzame woning hebt, dat je lekker buiten of binnen kunt bewegen en sporten en dat je kunt genieten van cultuur of je daarin kunt ontplooien. Het betekent ook dat je voorzieningen op niet al te grote afstand hebt en dat je mensen om je heen hebt. Overijssel is een prachtige provincie met mooi en gevarieerd landschap, mooie natuur, goede infrastructuur, rijk verenigingsleven en noaberschap. Maar er zijn allerlei veranderingen in bijvoorbeeld bevolkingsopbouw, in de economie, in het klimaat maar ook technologische ontwikkelingen die maken dat we met elkaar moeten zorgen dat dat zo blijft. In de Omgevingsvisie beschrijft de provincie wat ze wil bereiken en hoe ze dat wil bereiken. Als we dingen willen veranderen, moeten we dat dus ook vastleggen in de Omgevingsvisie.

Wonen

De SP vindt dat er betaalbare, degelijke en duurzame woningen moeten zijn voor iedereen. Kijkende naar de wachtlijsten in Overijssel betekent dat vooral dat er meer sociale huurwoningen en woningen in het middensegment nodig zijn. Door de verhuurdersheffing (‘Blok-belasting’) zien woningcorporaties zich genoodzaakt woningen te verkopen. Daardoor verergert de situatie: de wachttijden lopen verder op en het systeem van toewijzing van woningen loopt op steeds meer plekken vast.

Om het probleem van het tekort aan betaalbare woningen op te lossen, moeten er meer gebouwd worden, naar plaatselijke behoefte. In de afspraken die de provincie met de gemeenten hierover maakt, moet hier de nadruk op worden gelegd. Door middel van projecten waarbij er woningen worden gebouwd met een lage kostprijs (rond de €100.000) en projecten met vernieuwende woonvormen zoals ‘tiny houses’ kan het aanbod aan betaalbare woningen worden verbreed. Daarnaast zijn er meer sociale huurwoningen nodig. De provincie moet gemeenten en vrijwilligers ondersteunen bij de opvang en integratie van vluchtelingen. In steden en dorpen is het van belang dat er genoeg woningen zijn voor de eigen behoefte zodat mensen niet noodgedwongen hoeven te verhuizen naar een ander dorp of andere stad. Behalve dat er meer woningen nodig zijn, moet ook worden voorkomen dat investeringsmaatschappijen woningen opkopen waardoor er nog minder woningen zijn voor de eigen aanwas.

De SP pleit voor de afschaffing van de verhuurdersheffing. Het geld dat corporaties daardoor overhouden kan dan geïnvesteerd worden in huurmatiging, renovatie en nieuwbouw. Dit is direct een impuls voor de (werkgelegenheid in de) bouwsector. Een extra financiële impuls van de provincie naar de corporaties kan daarom helpen om de achterstand in te lopen.
Bij zowel renovatie als bij nieuwbouw van woningen moeten duurzame technieken worden toegepast zodat er steeds meer moderne, duurzame woningen komen. Maar dat moet niet ten koste gaan van het onderhoud en de toestand van de woningen zelf, dus geen zonnepanelen op ‘krotten’.

Leefbaarheid, platteland en voorzieningen

Leefbaarheid is een belangrijk punt van zorg in gebieden waar het aantal inwoners afneemt krimpgebieden) maar ook in de steden. Door vergrijzing en een tekort aan betaalbare woningen, loopt het aantal inwoners terug en verdwijnen er steeds meer voorzieningen zoals bibliotheken en huisartsenposten uit wijken en dorpen maar bijvoorbeeld ook pinautomaten en kleine winkels. Dit komt de levendigheid van het platteland niet ten goede.

Voor de leefbaarheid op het platteland is een goede aansluiting op het openbaar vervoer noodzakelijk en moet er voldoende betaalbare woningen worden gebouwd om te kunnen voorzien in de eigen behoefte. Het is zaak om belangrijke voorzieningen te behouden. In veel dorpen slaan inwoners en ondernemers de handen ineen om hier creatieve oplossingen voor te bedenken, bijvoorbeeld door voorzieningen in één gebouw onder te brengen. Initiatieven van onderop verdienen dan ook onze steun. Voor het platteland maken we een samenhangend, stimulerend beleid voor leefbaarheid, bereikbaarheid, bedrijvigheid en recreatie en toerisme en we zorgen dat dat zijn beslag krijgt in de Omgevingsvisie.

Cultuur

Cultuur betekent voor mensen ontspanning én ontwikkeling. De SP wil dat cultuur betaalbaar, toegankelijk en te beoefenen is voor iedereen, ook voor kinderen. Kinderen moeten ook in aanraking komen met cultuur via school of cultuureducatie. Als je gezond, fit en ontspannen bent, ben je gelukkiger en draag je ook meer bij aan je omgeving en de maatschappij. De SP wil daarom dus ook flink in cultuur investeren.

In de stad zorgt cultuur ervoor dat de stad leefbaarder en aantrekkelijker wordt, ook voor jongeren. Het kan ook leegstand in een binnenstad tegengaan en heeft daardoor ook een economische meerwaarde. Belangrijk is wel dat cultuur in de volle breedte kan bestaan waarbij er ruimte is voor zowel grote organisaties en evenementen als middelgrote en kleine organisaties, evenementen, artiesten en kunstenaars. Omdat de kleinere en middelgrote organisaties en evenementen het vaak moeilijker hebben om op te starten of om überhaupt te blijven bestaan, wil de SP hen steunen en vernieuwing en verbetering stimuleren. De provincie moet de samenwerking zoeken met gemeenten om broedplaatsen voor cultuur, ondernemerschap en sociale innovatie te ondersteunen. Ook grote organisaties en evenementen zoals Orkest van het Oosten en het Bevrijdingsfestival verdienen zonodig steun, maar uitgangspunt is dat er cultuur van groot naar klein kan blijven bestaan .

Investeringen in cultuur leveren een voordeel voor de inwoners, bijvoorbeeld doordat toegangskaarten weer betaalbaar worden, maar verbeteren ook de toegankelijkheid tot artistieke opleidingen voor studenten. Bovendien wordt het bestaansrecht en het grote maatschappelijke belang van de artistieke opleidingen hierdoor bevestigd. Er zijn veel kwalitatief goede artistieke opleidingen in Overijssel. Het overgrote deel van de afgestudeerden vertrekt echter na hun
opleiding naar de Randstad. Daardoor wordt de “eerste divisie”-laag afgebroken, waardoor de “eredivisie” op termijn geen vijver meer heeft om uit te vissen. Dit kan worden opgelost door letterlijk ruimte te creëren in Overijssel voor net afgestudeerden, voor experimentele, vernieuwende cultuur en artistieke uitingen. De provincie kan daarin ondersteunen, bijvoorbeeld door broedplaatsen te helpen ontwikkelen. De SP vindt het belangrijk dat kunst er voor iedereen is. Daarom moet de provincie initiatieven steunen die ervoor zorgen dat lokale kunstenaars kunnen exposeren in musea, bibliotheken, verzorgingshuizen, ondernemershuizen enzovoort. De bibliotheken zijn een belangrijke voorziening die door de provincie ondersteund moet worden.

Sport

De SP vindt dat sport belangrijk is en dat de provincie daarom samen met andere overheden de breedte- en amateursport in Overijssel financieel moet ondersteunen. Wat de SP betreft zorgt de provincie er samen met andere overheden, organisaties en verenigingen voor dat iedereen in Overijssel kan sporten en niemand aan de kant hoeft te blijven staan. Juist voor kinderen is het van belang dat zij kunnen sporten en bewegen. Samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties zorgen we ervoor dat ieder kind toegang heeft tot een sportvereniging. We stimuleren buiten spelen in de natuur.

Ook met een beperking moet je gewoon kunnen sporten. De toegankelijkheid van sport is daarom voor de SP een belangrijke prioriteit. Zo moeten bijvoorbeeld sportaccommodaties goed toegankelijk zijn voor mensen met een beperking.

Onze voorstellen

  • We gaan meer bouwen naar plaatselijke behoefte en investeren in goedkopere, degelijke en liefst duurzame huur- en koopwoningen. Er komt een extra financiële impuls om achterstanden in sociale woningbouw in te lopen. We stimuleren verduurzaming van huurwoningen maar de basis blijft een degelijk en leefbaar huis. “Geen zonnepanelen op krotten”.
  • Voor een leefbaar platteland zetten we ons in voor behoud van voorzieningen, goede aansluiting op openbaar vervoer en stimuleren we initiatieven van onderop.
  • We ondersteunen initiatieven voor kleine en middelgrote evenementen die bijdragen aan cultuur en aan de samenhang in dorpen en steden.
  • We stimuleren initiatieven die ruimte creëren voor afstuderende artiesten en kunstenaars om ze zo te behouden voor onze regio.
  • We steunen initiatieven die kinderen in aanraking brengen met sport en die kinderen stimuleren om buiten in de natuur te spelen.

2. Natuur, landbouw en landschap

Overijssel beschikt over een prachtig, gevarieerd platteland en is rijk aan een groot aantal unieke landschappen. Het is zaak dat we behouden en ontwikkelen wat mooi is en beschermen wat kwetsbaar is. Tegelijkertijd is ons landelijk gebied geen museum. Het is ook een plek waar mensen wonen, werken en recreëren, daar moet ook ruimte voor blijven. Dat betekent wel dat er regelmatig tegengestelde belangen zijn in een gebied: landbouw versus natuur, landschap versus woningbouw of natuur versus bedrijventerreinen. Die belangen moeten zorgvuldig worden afgewogen met een hoofdrol voor het belang van de inwoners van het betreffende gebied.

Natuur

De toestand van de biodiversiteit is zorgelijk, zowel de afname van het aantal soorten als de afname van de hoeveelheid van elke soort. Dit komt voor een belangrijk deel door de chemische stoffen in de landbouw. Een afname van het aantal bijen betekent ook dat de bestuiving van landbouw- en natuurgewassen in gevaar komt. Een ander gevaar voor de biodiversiteit is het toepassen van genetisch gemodificeerde gewassen waarvan de gevolgen voor andere gewassen en planten niet te overzien zijn. We moeten daarom geen (proef)velden met genetisch gemodificeerde gewassen toestaan.

De provincie moet doorgaan met het verbinden van alle belangrijke natuurgebieden. Prioriteit moet daarbij worden gegeven aan die plekken waar de bestaande natuur het meest kwetsbaar is en de biodiversiteit onder druk staat. Dat geldt in het bijzonder voor de zogenaamde Natura 2000-gebieden, waar de natuur bijzonder en kwetsbaar is. De provincie zorgt voor voldoende faunapassages om te zorgen dat dieren vrij tussen natuurgebieden kunnen bewegen en zo de achteruitgang van de biodiversiteit wordt tegengegaan. Schade die door wolven ontstaat, wordt vergoed. De provincie stimuleert onderzoek naar beschermende maatregelen die niet alleen beschermen tegen wolven maar ook tegen loslopende honden. De plezierjacht moet verboden worden. Bij calamiteiten waarbij natuur en landschap worden beschadigd, bijvoorbeeld bij grote stormschade, helpt de provincie gemeenten met het herstel.

Steeds meer houtwallen verdwijnen. Houtwallen zijn kleine eilandjes natuur in de landbouwgronden die ontstaan zijn door een landbouw met één soort gewas (monocultuur). Deze ‘eilandjes’ zijn van groot belang voor de biodiversiteit maar zijn ook belangrijk voor de beleving van het buitengebied. Er moet daarom een gecontroleerd beheerbeleid komen waardoor er meer houtwallen kunnen blijven bestaan.

De SP vindt het belangrijk dat de provincie het goede voorbeeld geeft. Daarom moet de provincie geen glyfosaat meer gebruiken op eigen terrein, provinciale wegen of waar dan ook.

Landschap

Overijssel kent vele mooie en bijzondere landschappen. Deze landschappen zijn ontstaan door ijstijden, rivieren maar ook door kleinschalige landbouw (het ‘coulissenlandschap’). Ze zijn een belangrijk decor voor recreatie en sport maar ook de vrijetijdseconomie en toerisme. Door ruilverkavelingen, intensieve landbouw en stedelijke ontwikkelingen komen deze landschappen steeds meer onder druk te staan. Als we ze niet beter beschermen, gaat dat niet alleen ten koste van onze eigen woonomgeving maar slachten we ook de ‘kip met de gouden eieren’. De provincie moet daarom in haar omgevingsbeleid de landschappen beschermen tegen verdere aantasting en ontwikkelingen stimuleren die de kleinschaligheid in het landschap weer terugbrengen. Landschap en natuur brengt de mens (gratis) ontspanning. We vinden dan ook dat de natuurgebieden zoveel mogelijk toegankelijk moeten zijn en blijven voor iedereen om ervan te genieten. Ook voor minder mobiele inwoners moeten de gebieden zoveel mogelijk (rolstoel)toegankelijk worden gemaakt. Hoogbouw in en aan de rand van natuurgebieden moet echter niet worden toegestaan. Dit tast het landschap aan en veroorzaakt lichtvervuiling.

Eerlijke landbouw

De voortdurende schaalvergroting in de landbouw en de steeds intensievere bio-industrie zijn een gevaar voor klimaat, natuur, mens en dier en houden boeren in een constante wurggreep. De SP, met andere organisaties en partijen, strijdt daarom al jaren voor een andere landbouw. Een landbouw die in balans is met de draagkracht van bodem en natuur en met het klimaat, respect heeft voor dieren en die zorgt voor een eerlijke prijs voor de boeren voor hun producten. Die zuinig omgaat met grondstoffen en de kringlopen zoveel mogelijk sluit. Alleen die landbouw is toekomstbestendig en kan blijven zorgen voor veilig en gezond voedsel.

Eerst waren het alleen de SP en een handjevol andere organisaties en partijen die daarvoor pleiten, maar nu wordt het ook breed gedeeld in de samenleving. Steeds meer overheden nemen in hun beleid op dat we toe moeten naar kringlooplandbouw en zelfvoorziening.

De landbouw kent grote problemen. Er zijn uitbraken van gevaarlijke dierenziektes die ook voor mensen grote gevolgen hebben, denk bijvoorbeeld aan de Q-koortsuitbraak. Er zijn enorme milieuproblemen, de biodiversiteit neemt af, vogels verdwijnen en bijenvolken sterven uit. Tenslotte wordt er gesold met boeren die dan weer aan het een moeten voldoen en dan weer aan het ander en dat alles voor een opbrengst die ternauwernood boven de kostprijs uitkomt. We moeten de landbouw nu echt veranderen. Ook in Overijssel is het daarom zaak om vol in te zetten op de omschakeling naar duurzame streeklandbouw. Als we daar nu voortvarend mee aan de slag gaan, kan Overijssel vooroplopen in eerlijk, duurzaam en veilig geproduceerd voedsel. En kan Nederland een goede
concurrentiepositie houden.

Voor boeren betekent dit – hoewel niet onverwacht - weer een nieuwe omslag, dus we zullen dit ook vooral samen met de boeren moeten doen. Overijssel kent al veel biologische en/of extensieve boeren die in de afgelopen jaren veel hebben geleerd en geïnvesteerd om de omschakeling te maken. Zij hebben ondervonden dat een landbouw in samenhang met de natuur vaak juist meer oplevert dan de gangbare landbouw. Die kennis is nu zeer waardevol voor andere boeren die nog voor die omschakeling staan.

Om tot een omschakeling te komen, moeten we duurzame productiemethodes en minder intensieve landbouw gaan stimuleren, net als korte regionale productieketens met zo min mogelijk transport. Daardoor wordt het milieu gespaard en worden de kosten gedrukt. Het produceren voor de eigen regio maakt dat mensen meer binding krijgen met hun voedsel en met de producent van hun voedsel. Dat maakt het draagvlak voor de landbouw groter. Er zijn daarnaast ook steeds meer initiatieven zoals stadsboerderijen, voedselbossen en consumentencoöperaties die producent en consument dichter bij elkaar brengen en die moeten we blijven stimuleren. Door het verkorten van de ketens kan er een omslag komen dat vers voedsel weer goedkoper wordt dan bewerkt voedsel. Onze vleesconsumptie moet omlaag en moet duurzamer worden. Voedselverspilling moet worden tegengegaan, ook in het provinciehuis. Bestaande bedrijven zullen we zoveel mogelijk begeleiden bij het toewerken naar de omschakeling.

Omschakelen naar streeklandbouw betekent ook dat de provincie geen (nieuwe) ruimte meer moet geven aan megastallen, varkensclusters, grootschalige geitenhouderijen en andere veefabrieken. Deze veroorzaken risico’s voor de volksgezondheid, zijn onwenselijk als het gaat om dierenwelzijn,tasten landschap en milieu aan en geven overlast voor de omgeving. Ook zien we steeds meer stalbranden die dan zorgen voor veel dierenleed. Bij uitbraak van dierenziekten zorgt de provincie ervoor dat inwoners en ondernemers zo snel en volledig mogelijk worden geïnformeerd. Als uit onderzoek blijkt dat bepaalde vormen van landbouw schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid dan geldt het voorzorgsprincipe en staan we uitbreidingsverzoeken en nieuwvestiging niet toe totdat duidelijk is wat de oorzaak is en welke maatregelen er nodig zijn.

De provincie moet niet meer meewerken aan ontwikkelingen die alleen de symptomen van de intensieve veehouderij bestrijden zoals mestvergisters. Deze hebben om rendabel te zijn juist meer mest nodig waardoor ze juist het houden van nog meer dieren stimuleren.

Gezinsbedrijven die passen in het landschap en die kunnen ‘boeren’ samen met de natuur moeten zoveel mogelijk ruimte krijgen om zich te (blijven) ontwikkelen. We investeren meer in innovatie op het gebied van duurzame productiemethoden, logistiek en regionale afzet. Ook moeten de mogelijkheden worden onderzocht van nieuwe teelten die de biodiversiteit geen schade toebrengen, zoals de teelt van hennep (mannelijke plant) voor vezels.

Een omschakeling naar duurzame landbouw betekent dat boerenbedrijven meer grondgebonden zijn en een eerlijker prijs krijgen voor hun producten. Daardoor hoeft het aantal gezinsbedrijven niet in hetzelfde tempo af te nemen als nu het geval is. Dit is ook goed voor de sociale samenhang op het platteland.

De omschakeling naar streekandbouw biedt ook kansen voor de natuur. Het maakt zowel landbouw die de natuur versterkt mogelijk (natuurinclusieve landbouw) als natuur waar landbouw prima mogelijk is (landbouwinclusieve natuur). Er zijn al mooie voorbeelden van landbouw die de natuur juist versterkt. Bijvoorbeeld boeren die in een vereniging of coöperatie gezamenlijk zorgen voor natuur en landschap (onder andere in de Friese Wouden). Of experimenten met permacultuur, een vorm van landbouw die gestoeld is op drie principes: zorg voor de aarde, zorg voor de mensen en eerlijk delen. Permacultuur bevordert de biodiversiteit en vermindert de uitstoot van CO2 zoals ook blijkt uit het experiment Everland (everland.nu). Dit soort initiatieven verdient dan ook navolging. Daar waar bestaande landbouw kan worden ingezet voor aanleg en beheer van nieuwe natuur moet dit gestimuleerd worden. Randvoorwaarde hierbij is dat de kwaliteit van de natuur gelijk moet zijn aan die in andere natuurgebieden én zoveel mogelijk toegankelijk moet zijn voor recreatie. Als landbouwgrond absoluut nodig is om achteruitgang van bijzondere natuur te voorkomen, en deze niet normaal kan worden aangekocht, gaat de provincie over tot onteigening.

Onze voorstellen

  • We gaan door met het verbinden van natuurgebieden en intensiveren onze inzet daarvoor. Prioriteit ligt bij gebieden waar de natuur en biodiversiteit het meest onder druk staan.
  • We zetten zoveel mogelijk in op toegankelijk maken van onze natuurgebieden voor iedereen, voor jong en oud maar ook voor mensen met een beperking.
  • We zetten vol in op omschakeling naar streeklandbouw.
  • Er komen geen nieuwe megastallen en grootschalige geitenhouderijen.
  • We staan geen (proef)velden met genetisch gemodificeerde gewassen toe in onze provincie.

3. Energie en milieu

We putten de aarde uit, gebruiken alles wat ons past zonder na te denken over de gevolgen voor de toekomst en vergiftigen de aarde bovendien. De economie en vooral het streven naar groei ervan lijkt de enige maatstaf voor alle besluiten die genomen worden. Dat gebeurt niet alleen in de rest van de wereld maar ook in Nederland en dus ook in Overijssel, in elke stad, dorp, wijk, straat en bij mensen thuis. Willen we zorgen voor een toekomst voor iedereen en iedereen na ons, dan moeten we onze manier van doen veranderen. Dat betekent respectvol omgaan met de dingen waar we dagelijks mee te maken hebben, zoals eten, drinken, kleding, wonen, warmte, energie, water, afval, enzovoort. Daar moeten we vandaag mee beginnen.

Die verandering moet op een eerlijke en rechtvaardige manier. Klimaatrechtvaardigheid noemen we dat bij de SP. Iedereen moet aan de verandering mee doen en dat betekent dat óók bedrijven hun aandeel daarin moeten leveren. Maar liefst 80% van de vervuiling komt immers van 10% van de grootste bedrijven. Uiteraard kunnen consumenten veel doen maar we moeten de pijlen echt richten op wat de bedrijven moeten doen: de vervuiler betaalt. Ook betekent het dat alle consumenten aan de verandering mee moeten kunnen doen en niet alleen degenen die zelf bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen aanschaffen of duurzame kleding en duurzaam voedsel.

Om alle veranderingen voor iedereen mogelijk en betaalbaar te maken zet de SP in Overijssel in op participatie en energiecoöperaties. Participatie is wat ons betreft een recept voor draagvlak. Niet het rijk, de provincie of de gemeente moet bepalen waar bijvoorbeeld een nieuwe windmolen moet komen te staan maar de inwoners van Overijssel. En de inwoners moeten naast de lastenook delen in de lusten. Daarom is het tweede punt waarop wij willen inzetten het oprichten van energiecoöperaties in wijken, buurten en dorpen. Dit zorgt ervoor dat iedereen kan profiteren van lokale energie en dat daarmee de nieuwe vormen van energie voor iedereen betaalbaar zijn en blijven.

Bij maatregelen tegen klimaatverandering is de provincie wel gebonden aan regelingen en verdragen die Nederland heeft getekend. Deze regelingen en verdragen, zoals het Energy Charter Treaty (ECT) bevatten soms clausules die belemmerend werken. De provincie moet daar alert op zijn en bij de nationale overheid bepleiten dat dergelijke belemmeringen worden voorkomen of weggenomen.

Energie

“Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken.” Energie besparen en energie opslaan zijn dan ook twee belangrijke strategieën. Zo kunnen we veel energie besparen door over te stappen op ledverlichting of door producten zó te maken dat alle onderdelen 100% gerecycled kunnen worden.Of door te zorgen dat straatverlichting niet onnodig brandt.

We moeten nieuwe manieren zoeken om opgewekte energie duurzaam op te slaan, zoals het gebruik van de elektrische auto als batterij voor thuisgebruik. Nu wordt een deel van de duurzaam opgewekte energie niet gebruikt, omdat er op sommige momenten meer aanbod is dan vraag.

Alle energie die we dan nog nodig hebben, moeten we duurzaam opwekken met bestaande technologie door zonnepanelen op ieder dak aan te brengen maar met nieuwere technologie zoals de warmte van wegen gebruiken. Daarnaast moeten we oog hebben voor creatieve toepassing van zonnepanelen zoals het gebruiken van zonnepanelen als geluidschermen.

De meest rechtvaardige manier om te voorzien in onze energiebehoefte is een provinciaal energiebedrijf. Op die manier hebben we weer zeggenschap over onze eigen energie en kunnen we die zo duurzaam mogelijk opwekken en zo eerlijk mogelijk leveren.

Energiebronnen

We verwarmen onze huizen met gas en koken op gas. Voor het koken kunnen we relatief gemakkelijk overstappen op elektriciteit. Voor het verwarmen van onze huizen is dat een stuk lastiger. Het gebruik van aardwarmte kan een alternatief zijn maar bij toepassing moet de overheid er wel strikt op toezien dat dit niet leidt tot risico’s op aardbevingen of vervuiling van grondwater. De overstap van gas naar alternatieve vormen van energie is een kans om onze huizen zo zelfvoorzienend mogelijk te maken en dus CO2-neutraal. Dat moet wel voor iedereen betaalbaar zijn. Huurders en eigenaren van woningen krijgen samen de regie over de energie, zoals bij lokale energiecoöperaties gebeurt.

Het isoleren van huizen levert een besparing op in het energieverbruik en in de vaste lasten van de bewoner. Bij nieuwbouw moet het huis standaard worden voorzien van goede isolatie, zonnepanelen en een ondergrondse watercontainer. Woningcorporaties moeten worden gestimuleerd en ondersteund om dit ook bij oudere huurhuizen te realiseren. Uitgangspunt daarbij is dat het totaal van de vaste lasten van huur en energie hierdoor niet stijgen.

Het benutten van restwarmte van bedrijven via collectieve verwarming van wijken of bedrijventerreinen zou een oplossing kunnen zijn maar dat is nog niet breed toepasbaar. Het gebruik van duurzaam geproduceerd waterstofgas kan een goede energiebron zijn in de industrie en voor transportdoeleinden maar het is niet gewenst om dat te gebruiken voor verwarming in de bebouwde omgeving. Bij de keuze voor een van de huidige mogelijkheden voor opwekking van
deze warmte, gebruikt de SP een meetlat met criteria op duurzaamheid, afhankelijkheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid.

Het opwekken van windenergie is een goede zaak, mits alle mensen die in de directe omgeving van zo’n windmolen wonen en werken vanaf het begin goed betrokken zijn bij het plan en baat hebben bij het plan. Dat kan op twee manieren: de ene manier is dat ze zelf het initiatief hebben genomen en er dus ook de vruchten van plukken. De andere manier is dat wanneer het plan van een andere partij komt, ze vooraf zijn betrokken bij de besluitvorming van het plan en meedelen in de opbrengsten of anders een goede compensatie ontvangen voor eventuele overlast. Het gaat dan om het ontvangen van goedkope of gratis stroom of een geldbedrag, niet om het ‘mogen’ kopen van aandelen. De provincie voert regie over het aantal en de spreiding van windmolens.

We zijn voor het opwekken van zonne-energie maar ook hier geldt een aantal voorwaarden. Er moet eerst gekeken worden naar daken die daarvoor beschikbaar zijn. Daken hebben altijd de voorkeur boven zonneparken op (landbouw)grond. Wanneer er toch voor (landbouw)grond gekozen wordt, dan moet gekeken worden of er onder de panelen ruimte is voor andere activiteiten.
Waterstof als brandstof voor auto’s en bussen kan een goede energiebron zijn om de transitie makkelijker te maken. We moeten daarom ook investeren in waterstoftechniek.

We zijn geen voorstander van biovergisters. Er moet teveel toegevoegd worden om het proces op gang te houden. Houtgestookte biovergisters zijn niet duurzaam omdat er veel hout nodig is om deze vergisters winstgevend te maken. Omdat er in de provincie te weinig hout beschikbaar is, moet dit hout van over grote afstand hierheen worden vervoerd. Het is daarmee per definitie niet duurzaam. Ondanks dat vergisters op zich een goede manier zijn om met restproducten om te gaan, zou onze energievraag kunnen leiden tot een vraag naar meer hout of mest wat weer onnodig transport, houtkap of de intensieve veehouderij stimuleert. Dit staat haaks op duurzaamheid.

Het gebruik van fossiele brandstoffen en de subsidies op het gebruik van fossiele brandstoffen moeten zo snel mogelijk stoppen. De industrie/grootverbruikers zullen hierin de grootste stap moeten maken, omdat zij ook het meest verbruiken.

De kerncentrale Emsland in Lingen (D) vormt een gevaar voor een groot deel van de bevolking in Overijssel. Wij eisen daarom een onmiddellijke sluiting van deze centrale. De risico’s van kernenergie zijn veel te groot en er zijn genoeg andere vormen van energie. Ook kunnen kerncentrales niet worden uitgezet wanneer er voldoende energie is. Het risico is dan dat er geen belang meer is bij andere
vormen van energie waardoor we volledig afhankelijk worden van kernenergie. Dat is onwenselijk. Kernfusiecentrales zouden wel een schone vorm van energie kunnen zijn maar die zijn nog niet mogelijk.

Milieu

In hoog tempo worden de komende jaren kleine gasvelden in Overijssel, zoals in Hardenberg (NAM), Wanneperveen en Eesveen (Vermilion), leeggepompt. Bedrijven die grondstoffen winnen uit de bodem maken enorme winsten maar geven niet thuis voor de schade die het veroorzaakt. De risico’s die inwoners en omwonenden van dit gebied lopen, worden gebagatelliseerd en ontkend. Voor hen moet er een ruimhartig schadefonds komen. Daarin moeten bedrijven, voordat zij starten met de bedrijfsactiviteiten, een aanzienlijk bedrag storten als onderdeel van hun bedrijfsplan. Ook vervuiling die achterblijft na verkoop of bedrijfsbeëindiging, moet betaald kunnen worden uit dit fonds. Wanneer er werkelijk zoals beweerd wordt geen gevaren zijn, zou dit voor deze bedrijven toch geen probleem moeten zijn. Zo’n schadefonds is een absolute voorwaarde en
zolang het er niet is, kan er wat de SP betreft geen gas gewonnen worden.

De opslag van stoffen als afvalwater, olie, kernafval en asbest in de bodem vormt een bedreiging voor ons drinkwater en milieu en moet daarom niet worden toegestaan. Al het bedrijfsafval moet verwerkt worden in plaats van te worden opgeslagen. De drinkwaterveiligheid, de volksgezondheid en het milieu staan bij de SP voorop. Bij de opslag van CO2 gaat het niet zozeer om vervuiling als wel om de druk die het in de bodem geeft.

Volgens een nieuwe wet is het vanaf 2025 verboden om gebouwen in
bezit te hebben met asbest dat is blootgesteld aan de lucht. Dat betekent voor bijvoorbeeld eigenaren van schuren of stallen met asbestdaken dat zij de plicht hebben hun daken te vervangen. Met name voor particuliere bezitters van schuurtjes met asbest levert het zelf opruimen van dit asbest onacceptabele gezondheidsrisico’s. Daarom moet het collectief worden opgepakt. Daarbij wordt er zoveel mogelijk aan één gecertificeerd bedrijf aanbesteed en kunnen de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Dit is bijvoorbeeld in de wijk Polhaar in Dalfsen gebeurd. Gemeenten moeten daar het voortouw in nemen en de provincie kan hen daarbij ondersteunen.

Uiteindelijk moet alle asbest verdwijnen: van daken, uit dakbeschot, uit spouwmuren, als isolatie om buizen, uit wegen en paden en uit de grond. Zowel de overheid, maar ook asbestproducenten zoals Eternit hebben daarbij een verantwoordelijkheid voor het beschermen van de gezondheid van de burgers. Zij hebben immers al die jaren de productie, regelgeving en het gebruik mogelijk gemaakt, terwijl al 25 jaar de gevaren van asbest bekend zijn. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen en financieel bijspringen bij de verwijdering van asbest. Ook moet Eternit financieel verantwoordelijk worden gesteld, desnoods door de rechter.

Het opslaan van asbest is slechts uitstel van het probleem. Daarom moet al het ingezamelde asbest worden verwerkt in plaats van opgeslagen in de bodem. Het verwerken van asbest is te belangrijk om over te laten aan het bedrijfsleven. Daarom willen we dat de provincie hierin het voortouw neemt.

We zijn al jaren afval aan het scheiden en daarmee zijn we op de goede weg, maar we zijn er nog lang niet. De volgende stap is om bij het maken van nieuwe producten rekening te houden met hergebruik van grondstoffen. Doel is om te komen tot een circulaire (kringloop)economie waarin we weinig tot geen nieuwe grondstoffen meer nodig hebben. Twence kan een belangrijke rol spelen om van verbranding van afval over te gaan op hergebruik van grondstoffen.

De meeste producten die we kopen zijn verpakt in plastic, meestal vanuit hygiënisch oogpunt of vanuit het oogpunt van houdbaarheid. Dit plastic is vaak voor eenmalig gebruik en belandt vervolgens in de afvalbak. De grootste winst kunnen we behalen als we inzetten op andere en afbreekbare verpakkingsmaterialen of om veel minder verpakkingsmaterialen te gebruiken. Dit kan inmiddels zonder dat we eigen glazen potten en flessen moeten meeslepen bij het boodschappen doen. Er zijn inmiddels goede initiatieven zoals bijvoorbeeld een winkels die totaal plastic-vrij zijn.

Wanneer we in de toekomst nog plastic gebruiken moet het recyclebaar zijn. Al het plastic dat we produceren, moet gerecycled kunnen worden. We kunnen een deel van het plastic recyclen en hergebruiken maar wanneer dat winstgevend wordt, zal de vraag naar plastic om te recyclen stijgen. Daardoor stimuleren we juist weer de productie van plastic en blijft plastic als schadelijk product bestaan.

Het produceren van al die verschillende soorten plastic moet stoppen want
daardoor wordt hergebruik nog moeilijker. De kans op grote perioden van droogte neemt toe, waardoor onze drinkwatervoorziening ook onder druk staat. Daarom moeten we de mogelijkheden onderzoeken voor een tweede grijswaternet om de wc door te spoelen en de tuin te sproeien. Bij nieuwbouw van huizen kan er een grote opvangcontainer geplaatst worden waarin (regen)water wordt opgevangen. Een ander waterprobleem is dat regenbuien intenser worden waardoor er veel water afgevoerd moet worden in korte tijd. Mensen moeten daarom worden gestimuleerd om hun tuinen niet helemaal te betegelen en om bestaande betegeling zo veel mogelijk te vervangen door groen. Ook vergroening van de binnensteden moet worden gestimuleerd.

Op veel plekken is de luchtkwaliteit slecht, vooral als gevolg van (lucht)verkeer. De provincie moet daarom een programma ontwikkelen voor verbetering van de luchtkwaliteit op basis van metingen (verkeer, stoken, landbouw) en op basis van de normen van de WHO en inzetten op handhaving van de normen.

Handhaven

De praktijk op dit moment is dat het niet naleven van milieuwetten en verordeningen kosten bespaart en veel winst oplevert. Het opslaan in plaats van verwerken van kunstgras is daar een recent voorbeeld van. Deze praktijk moet onmiddellijk stoppen. Wetten en verordeningen zijn er om onze gezondheid en natuur en milieu te beschermen. Het houden van regelmatige controles door de overheid is daarom noodzakelijk.

Een andere praktijk is dat veel controles van tevoren worden aangekondigd. De reden daarvoor is dat de regelgeving maar ook de chemische processen ingewikkeld zijn. Ook vinden er door bezuinigingen veel te weinig controles plaats. Dit geldt niet alleen voor controles bij bedrijven op bedrijventerreinen maar ook voor controles op het goederenvervoer. Met name bij het goederenvervoer over spoor is er veel mis omdat het vaak onduidelijk is welke stoffen er dwars door woonkernen worden vervoerd. Wanneer er dan toch iets misgaat, is het effect nog groter omdat hulpdiensten niet adequaat kunnen reageren en omwonenden niet goed kunnen worden geïnformeerd. Het zwaardere goederenvervoer levert ook veel overlast op in de vorm van geluid en trillingen. Dit wordt onvoldoende gemeten waardoor overlast en schade moeilijker te onderbouwen is.

Het milieu en de gezondheid van de inwoners van Overijssel horen voorop te staan en daarom pleiten we voor voldoende metingen, goede normen, een strikte handhaving en voor meer en onaangekondigde controles.

Onze voorstellen

  • Klimaatrechtvaardigheid betekent dat de vervuiler betaalt in verhouding tot de vervuiling die hij veroorzaakt. We pakken grootschalige vervuiling in het bedrijfsleven aan.
  • Participatie is het recept voor duurzame ontwikkelingen zoals het opwekken van energie. Inwoners bepalen zelf (mee) waar windmolens kunnen komen en delen mee in de opbrengst. Zo krijgen mensen niet alleen de lasten maar ook de lusten.
  • We zorgen voor 100% led-verlichting bij de straatverlichting langs provinciale wegen en fietspaden.
  • We stoppen met het stimuleren symptoombestrijders zoals biovergisters.
  • We zijn tegen kernenergie nu en in de toekomst. We ondersteunen de strijd en lobby voor sluiting van kerncentrales Emsland bij Lingen.
  • We staan niet toe dat de Overijsselse bodem wordt gebruikt voor (schalie)gaswinning of als opslagruimte voor afval/CO2, asbest of andere bodemvreemde stoffen.
  • We gaan gemeenten ondersteunen als ze het voortouw nemen bij het collectief verwijderen van asbest op schuurtjes zodat gecertificeerde bedrijven dat tegen een zo laag mogelijke prijs kunnen doen.

4. Mobiliteit

Mensen zijn een belangrijk deel van hun leven onderweg. Onderweg van huis naar werk of school, naar familie of vrienden, of naar hun hobby zoals de voetbalvereniging of de klaverjasclub. Als mensen zich niet kunnen verplaatsen, wordt hun wereld klein, kunnen ze moeilijk een zinvolle bijdrage leveren aan de samenleving, vereenzamen ze of worden ze zelfs ziek. Daarom wil de SP een Overijssel waar alle inwoners zich overal in de provincie duurzaam, zelfstandig en veilig kunnen verplaatsen.

Een menswaardig bestaan voor mensen is op de langere termijn alleen mogelijk in een duurzame en klimaatneutrale wereld. Daarom is het vanzelfsprekend dat we het vervoer in onze provincie steeds duurzamer maken. De provincie zorgt ervoor dat Overijsselaars zich zelfstandig en veilig kunnen verplaatsen. Alle Overijsselaars zijn gelijkwaardig, dus we zorgen er als provincie voor dat al onze inwoners zich even gemakkelijk kunnen verplaatsen: ongeacht waar ze wonen in onze provincie, ongeacht of ze een rijbewijs hebben en ongeacht of ze een beperking hebben of niet. Vanuit het oogpunt van solidariteit zorgen we ervoor dat vervoer voor iedereen betaalbaar en bereikbaar is.

Door schaalvergroting moeten mensen steeds verder reizen naar een ziekenhuis, school of werk. Dit zorgt voor meer verkeer maar ook voor een steeds drukkere spits waardoor er veel asfalt nodig is om die pieken op te vangen. Ook in het openbaar vervoer moeten we voor die pieken veel materiaal aanschaffen. Zowel het extra asfalt als de extra treinen en bussen zijn de rest van de dag niet nodig. Zolang deze situatie er is en zolang de schaalvergroting nog verder doorgaat, moeten we dus slim omgaan met de beschikbare ruimte, geld en materieel.

Fietsen

Op korte afstanden is de fiets het duurzaamste en het gezondste vervoersmiddel. Daarom willen we inwoners zoveel mogelijk aanmoedigen de fiets te pakken. Toeristen komen ook graag naar Overijssel om te fietsen. Door een goede fietsinfrastructuur voelen toeristen zich welkom in onze provincie en dat zorgt voor extra bedrijvigheid. Door versneld meer fietssnelwegen aan te leggen zoals de F35 zorgen we voor een hoogwaardige fietsinfrastructuur en maken we het voor inwoners aantrekkelijk de fiets te pakken voor de iets langere afstand. Ook dragen fietssnelwegen bij aan het verminderen van files en drukte in het OV tijdens de spits.

Door het aanleggen van veilige fietspaden en -stroken langs parallelwegen in de buitengebieden maken we fietsen veiliger en aantrekkelijker. Onveilige fietsstroken in buitengebieden maken we veiliger. In buitengebieden zorgen we voor voldoende verlichting van fietspaden en proberen daarbij ook energie te besparen en lichtvervuiling te voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld door het gebruik van "slimme" lantaarnpalen met sensor of zonnecollector.

Openbaar vervoer

De SP wil een Overijssel waarin alle inwoners zich overal in de provincie zelfstandig en veilig met openbaar vervoer kunnen verplaatsen. Wij staan voor goed, toegankelijk openbaar vervoer met goede en regelmatige bus- en treinverbindingen in de hele provincie: in de stad en op het platteland. Dit zorgt ervoor dat het openbaar vervoer een beter alternatief wordt voor de auto en dat mensen zonder rijbewijs of auto zich gemakkelijk kunnen verplaatsen. Een concurrerend openbaar vervoer zorgt ook voor minder files en parkeerproblemen waardoor er ook minder nieuw asfalt nodig is. Om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren willen we experimenten doen met gratis openbaar vervoer.

De provincie besteedt het openbaar vervoer aan aan vervoersbedrijven. Het systeem van aanbestedingen waarbij de vervoersbedrijven met elkaar moeten concurreren, kan ertoe leiden dat een vervoerder bezuinigt op bijvoorbeeld opleiding van personeel met mogelijk onveilige situaties tot gevolg. De marktwerking in het openbaar vervoer leidt ook tot onzekerheid onder het personeel over hun baan. De marktwerking heeft het openbaar vervoer ook niet goedkoper gemaakt, in tegendeel. Idealiter wil de SP daarom het openbaar vervoer weer in handen van de overheid. Daarmee zetten we veiligheid en betrouwbaarheid weer bovenaan en geven we de reizigers weer zeggenschap. Maar zolang er nog marktwerking is, zetten we in op groei van het aantal reizigers door maximaal in te spelen op de potentiële vraag.

Belangrijke voorwaarde daarvoor is dat het openbaar vervoer betrouwbaar is. Daarvoor moeten we niet alleen sturen op punctualiteit maar ook op gehaalde aansluitingen. Een andere voorwaarde is dat de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor mensen met een beperking gewaarborgd is. In 2022 moeten alle bussen toegankelijk zijn voor iemand met een rolstoel, ook inhuurbussen.

Als het gaat om het busvervoer is het nu zo dat er geen bus rijdt tussen twee plaatsen met een treinverbinding. Dat uitgangspunt schrappen we en in plaats daarvan gaan we uit van (potentiële) vervoersbehoefte. Zo zorgen we ervoor dat inwoners van woon- en werkkernen tussen twee treinstations in zich gemakkelijk kunnen verplaatsen én dat zij de treinstations kunnen bereiken.
Door busdienstregelingen ruimer in te plannen zorgen we ervoor dat buschauffeurs voldoende tijd hebben om reizigers met een handicap, met een kinderwagen of senioren een handje te helpen. Op stations langs de regionaal aanbestede spoortrajecten wordt er voldoende personeel aangenomen om reizigers te helpen als dat nodig is. Zo zorgen we er samen voor dat alle Overijsselaars de vrijheid hebben om zelfstandig te reizen.

De SP is tegen het vervangen van betaalde beroepschauffeurs door vrijwilligers. Buschauffeur is een beroep en geen vrijwilligerswerk. Er is niks mis met buurtbusverenigingen die van onderop zijn ontstaan, maar het rijden met buurtbussen mag niet worden afgedwongen door het bestaande vervoer te schrappen.

Sociale veiligheid in het openbaar vervoer is van groot belang. Er moeten voldoende veiligheidsfunctionarissen zijn zowel in het openbaar vervoer als op de stations en stationsomgeving.

Vanaf 2020, de start van de volgende concessieperiode in midden Overijssel, gaan steeds meer bussen elektrisch of met behulp van waterstof rijden. We moeten er echter naartoe dat er helemaal geen bussen meer op fossiele brandstoffen rijden. Zo wordt het openbaar vervoer steeds milieuvriendelijker en dat is goed voor de leefbaarheid in Overijssel.

We gaan de mogelijkheden onderzoeken voor verbetering van de verbindingen met Duitsland en met Groningen. De provincie moet zijn uiterste best doen om de geplande snelle treinverbinding tussen Amsterdam en Berlijn via Twente te laten rijden en in Hengelo te laten stoppen.

Elektrificatie van de spoorlijnen is goed voor het milieu, de reistijd en de exploitatiekosten. We gaan ons daarom inzetten voor de elektrificatie van alle regionale treinlijnen zoals bijvoorbeeld Hengelo-Zutphen.

In de spoorlijn Zwolle - Deventer zit nog een stukje dat enkel spoor is. Een volledig dubbel spoor betekent dat er vaker per uur treinen kunnen rijden. Dit zou een verbetering zijn van deze belangrijke noord-zuidverbinding.

Als het gaat om de Kamperlijn moeten provincie, gemeenten en ProRail samen tot een duurzame en bevredigende oplossing van de problemen rondom het Kamperlijntje en station Zwolle Stadshagen komen. Het station Stadshagen moet zo snel mogelijk open, zodat reizigers beter en sneller heen en weer kunnen reizen tussen Zwolle, Stadshagen en Kampen.

Bij het verbeteren van treinverbindingen zoals Zwolle-Enschede moeten de stations daar wel op worden toegerust. Het gaat dan om voldoende perronlengte, voldoende parkeerplaatsen voor fiets en auto.

Auto

Iedereen met een auto moet zich op een veilige manier kunnen verplaatsen van A naar B. Veiligheid, leefbaarheid en doorstroming zijn belangrijk maar veiligheid is het belangrijkste. Wegen moeten veilig volgens de richtlijnen zijn ingericht. Wanneer de verkeersdrukte zodanig is dat verbreding van de weg noodzakelijk is, moet dat gebeuren met aandacht voor veiligheid, leefbaarheid en milieu. Wanneer verbreding niet noodzakelijk maar alleen wenselijk is, moet de investering worden afgewogen tegen de voordelen en moeten daarbij ook alternatieven zoals verbetering van de openbaar-vervoerverbindingen worden onderzocht.

Wanneer verbreding niet of niet binnen afzienbare tijd gerealiseerd kan worden, mogen knelpunten op het gebied van veiligheid en leefbaarheid daar niet op wachten en moeten die op kortere termijn worden aangepakt. Dit is bijvoorbeeld het geval op de N35 tussen Nijverdal en Wijthmen. Een eventuele verbreding van deze Rijksweg kost vele miljoenen en het Rijk is nog niet van plan om die te investeren. Het kan dus nog vele jaren duren voordat het besluit tot verbreding genomen is en nog meer jaren voordat het gerealiseerd is. Zolang mogen de huidige veiligheidsknelpunten niet blijven bestaan. Er moet daarom ook bij het Rijk gepleit worden voor extra budget op de korte termijn om de knelpunten in onder andere Mariënheem en Haarle aan te kunnen pakken.

Op de N50 vallen jaarlijks onnodig verkeersdoden en gewonden. Door de A50 zo snel mogelijk door te trekken over het tracé van de N50 maken we de weg een stuk veiliger. Dit kan ook de verkeersstroom richting het noorden van het land ontlasten.

De al jaren bestaande verkeersproblematiek in het Twentse dorp Zenderen vraagt dringend om een oplossing. De provinciale weg N743 slibt in de ochtend- en avonduren in het centrum van Zenderen dicht. De weg verbindt Borne met Almelo, maar is ook de doorgaande route voor verkeer uit oostelijke richting vanuit Tubbergen en Albergen. De route is de alternatieve route voor het woon-werkverkeer in de regio, dat in de ochtend- en avonduren de dagelijkse files op de snelwegen wil vermijden. Bij afsluitingen op de A1/A35 als gevolg van ongevallen raakt het verkeer op de N743 volkomen vast. Er ligt een plan voor een westelijke rondweg die gedeeltelijk naast de A1 loopt, de zogenoemde 5b-variant. Er zijn uitgebreide rapporten voorhanden, maar de uitvoering wacht op medefinanciering door het Rijk. De SP maakt zich er sterk voor dat er nu eindelijk spijkers met koppen worden geslagen en dat Zenderen weer een leefbaar dorp wordt.

De A1 bij Azelo, waar de A1 en A35 bij elkaar komen, moet worden aangepakt. Er gebeuren regelmatig ongelukken door deze ineen-vlechting van wegen. Ook is de uitstoot van fijnstof hoog.Bij de aanpak van dit knooppunt moet ook de problematiek rond Zenderen worden betrokken omdat deze situaties elkaar beïnvloeden.

Elektrische auto’s zijn een milieuvriendelijk alternatief. Daarom pleiten wij voor meer laadpalen in de provincie. De provincie geeft het goede voorbeeld door haar gedeputeerden voortaan in elektrische auto’s te laten rijden.

Goederenvervoer

De SP loopt al jaren voorop in de strijd tegen toename van het goederenvervoer op de IJssellijn en de Twentelijn. Die strijd zetten we onverminderd voort. Toename van het goederenvervoer zorgt voor enorme overlast en is niet noodzakelijk, omdat er alternatieven zijn zoals bijvoorbeeld vervoer over water. Bij het vervoer van goederen is transport over water altijd de voorkeursoptie. Dit moet dan ook gestimuleerd worden, onder andere door te investeren in de verdere verbetering van onze vaarwegen zoals het Twentekanaal en in onze binnenhavens. De aanleg van een noordelijke aftakking van de Betuwelijn ziet de SP niet als oplossing omdat dit tot een verdere aantasting van de groene ruimte leidt.

Vliegveld Lelystad

De SP is tegen de opening van Lelystad Airport. Vliegen is enorm milieuvervuilend en niet duurzaam. Een vliegtuig produceert bij het opstijgen veel CO2 en fijnstof. De geplande uitbreiding van het aantal vluchten van en naar Vliegveld Lelystad betekent een grote toename van (geluids)overlast door laagvliegende vliegtuigen en een aantasting van het leefmilieu, natuur en de economie in grote delen van Overijssel. Mocht de opening van Lelystad Airport toch worden doorgedrukt, dan moet éérst het Nederlandse luchtruim opnieuw
worden ingedeeld zodat er aanzienlijk hoger gevlogen kan worden van en naar de luchthaven en de overlast minder groot is.

Onze voorstellen

  • We maken ruim baan voor de fiets. Fietsen heeft op korte afstand altijd de voorkeur. We zetten ons in voor verbetering van bestaande fietspaden en het aanleggen van nieuwe fietspaden en fietssnelwegen zoals de F35.
  • Wij staan voor goed, toegankelijk openbaar vervoer en willen goede en regelmatige bus- en treinverbindingen in de hele provincie, ook op het platteland.
  • Buurtbussen met vrijwillige chauffeurs zijn prima als het initiatief uit het dorp komt, maar mag nooit worden afgedwongen om een bestaande buslijn te vervangen. Buschauffeur is een beroep.
  • In 2020 rijden er geen nieuwe bussen meer op fossiele brandstof.
  • De provincie zet zich in voor behoud van de snelle verbinding met Duitsland (Berlijn) met één stop in Hengelo.
  • Goederenvervoer over water heeft altijd de voorkeur boven goederenvervoer over het spoor. We blijven ons verzetten tegen uitbreiding van het goederenvervoer over spoor en zetten ons in voor goede maatregelen tegen de huidige overlast en risico’s.
  • Veiligheidsknelpunten op wegen moeten zo snel mogelijk worden aangepakt en mogen niet wachten op eventuele wegverbredingen in de verre toekomst.
  • Wij zijn tegen het uitbreiden van Lelystad Airport, zeker zolang het luchtruim nog niet opnieuw is ingedeeld en er op grotere hoogte kan worden gevlogen.

5. Rechtvaardige economie

Om het mogelijk te maken dat mensen goed kunnen leven is de economie belangrijk. Een goede economie zorgt voor werkgelegenheid en welvaart. Met het geld dat we verdienen, kunnen we onze kinderen naar school sturen, kunnen we zorgen voor mensen die ziek zijn of hulp nodig hebben en kunnen we het leven van mensen beter maken. Een goed leven is niet mogelijk als mensen honger hebben, als ze steeds bang zijn hun baan of inkomen te verliezen, als ze hulp nodig hebben maar niet krijgen of als ze overwerkt zijn omdat hun collega’s wegbezuinigd zijn. De SP vindt dat de economie in dienst van de mensen moet staan, niet de mensen in dienst van de economie.

Het voornaamste bezwaar tegen de huidige economie is dat het maken van winst centraal staat en niet het vervullen van maatschappelijke behoeften. Ons huidige economische stelsel is gebaseerd op schaalvergroting en efficiëntie, waarbij de tussenhandel een onevenredig groot deel van de opbrengst opeist. Als gevolg van dit stelsel moeten producten steeds goedkoper geproduceerd worden. Om voldoende winst te maken moeten er steeds grotere hoeveelheden geproduceerd en verkocht worden en moeten alle kosten omlaag. Ook de loonkosten gaan omlaag. Niet de kwaliteit van een werknemer, maar de kostenpost die zij/hij vormt is hierin bepalend. Het is een race naar beneden. We produceren steeds meer, maar produceren niet duurzaam en vervoeren meer producten over grotere afstanden. We putten de aarde uit en warmen haar in een hoog tempo op door de CO2-productie die daarmee gepaard gaat.

Deze race naar beneden is niet houdbaar. De economie kan niet oneindig kan blijven groeien en we kunnen niet door blijven gaan met het uitputten van de aarde. Het maar blijven verlagen van de lonen van werknemers zal hun koopkracht steeds verder doen afnemen en uiteindelijk stopt dan de economie.

De economie moet daarom anders worden georganiseerd. Duurzamer, gericht op 100% recyclebaar of, zoals dat met een mooi woord heet, circulair. De vervuiling en verspilling moeten stoppen en we moeten toe naar een duurzame economie. Omdat slechts 10% van de grootste bedrijven voor 80% van de vervuiling zorgen, is het rechtvaardig dat zij ook naar verhouding mee betalen aan deze overstap. We moeten toe naar minder produceren maar van een betere kwaliteit, op een manier die iets toevoegt aan de samenleving in plaats van dat het hen iets kost. En ook bij de werkgelegenheid moet het om de kwaliteit gaan.

De verandering van de economie moet op een rechtvaardige manier. Een manier die voldoende banen oplevert met goede salarissen en mogelijkheden voor iedereen. In deze periode van economische voorspoed waarin veel vacatures niet vervuld kunnen worden, moeten we de ruimte gebruiken om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen en ze zo een beter toekomstperspectief te bieden.

Een valkuil is het bestrijden van de symptomen in plaats van de kwaal. Een voorbeeld daarvan is het mestoverschot. In plaats van te zoeken manieren om mest te voorkomen, bijvoorbeeld door een verantwoorde manier te zoeken voor het afbouwen van de veestapel, heeft men zich gefocust op het ontwikkelen van een methode om de mest te verwerken. Vanuit het oogpunt van hergebruik van grondstoffen op zich goed, maar wanneer het door de energievraag lucratief wordt, gaat het juist de productie van mest stimuleren en wordt de CO2-uitstoot juist vergroot in plaats van verkleind.

Voor de “plastic-soep” geldt een vergelijkbaar verhaal. We kunnen een deel van het plastic recyclen en hergebruiken, maar wanneer dat lucratief wordt, zal de vraag naar plastic om te recyclen stijgen en bereiken we het tegenovergestelde. Bij het opstellen van subsidieregelingen moet de provincie dus alert zijn op deze mechanismen, zodat we met de subsidie niet het tegenovergestelde stimuleren.

Kortom, het economische beleid van de provincie moet niet langer economische groei centraal stellen, maar het vervullen van maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, verduurzaming, het terugdringen van flexibilisering, het in dienst nemen van mensen die moeilijk aan het werk komen en zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. Deze voorwaarden moeten een belangrijke rol spelen bij het verlenen van subsidies, bij het verstrekken van leningen, bij de inkoop en bij aanbestedingen. Ook bij het innovatiebeleid van de provincie moeten de maatschappelijke opgaven centraal komen te staan.

Duurzame bedrijven en MKB

De SP wil dat de provincie inzet op duurzame bedrijven. Dat kan door voorwaarden te verbinden aan de subsidies die door de provincie via de regionale ontwikkelingsmaatschappij (ROM) OostNL aan bedrijven worden gegund. Bedrijven die subsidie ontvangen, worden mede beoordeeld op
grond van duurzaamheid en hun inspanningen om te komen tot een circulaire economie.

Een groot deel (80-85%) van de Overijsselse bedrijven is midden- of kleinbedrijf (MKB). Het MKB zorgt voor een groot deel van de banen en speelt een grote rol bij innovatie. Zij maken echter vaak geen gebruik van subsidies waar ze wel aanspraak op zouden kunnen maken, omdat ze niet altijd het nut en de noodzaak van innovatie inzien. Daarom is het belangrijk dat de provincie (startende) MKB’ers stimuleert bij innovatie en bij de overstap naar een circulaire economie. De provincie moet onnodig ingewikkelde aanvraagprocedures voorkomen.

Het economische beleid is nu nog sterk gericht op de techniek en de technische opleidingen. Andere sectoren van de economie zoals bijvoorbeeld de zorg, het onderwijs en dienstverlening zijn minstens zo belangrijk. Ook moeten we erop blijven hameren dat het economisch beleid niet alleen gericht is op hbo- en universitair opgeleiden, maar ook op vakgeschoolden.

De provinciale overheid moet het goede voorbeeld geven, of het nu gaat om een aanbesteding voor het aanleggen van een weg of het kopen van producten voor de bedrijfskantine of het kantoor. Binnen de provincie Overijssel moeten we ons beleid continu hieraan toetsen. Door gebruik te maken van lokale bedrijven besparen we op vervoer van producten. We kiezen bij voorkeur voor bedrijven die het bedrijfsdak vol hebben liggen met zonnepanelen en die duurzaam,
circulair produceren.

Detailhandel

Voor de detailhandel moeten er met de regio afspraken worden gemaakt om ongewenste concurrentie tussen gemeenten te voorkomen. Om gezonde winkelcentra en een netwerk van detailhandelsvoorzieningen in stand te houden, zijn wij tegen de komst van supermarkten in het buitengebied (zogenaamde weidewinkels) en tegen de verdere groei van detailhandel buiten de woongebieden.

De provincie moet de gemeenten helpen met het vernieuwen van slechtlopende winkelgebieden en hier ook middelen voor beschikbaar stellen.

Bedrijventerreinen

De provincie moet samen met de regio’s afspraken maken over de bedrijfsterreinen zodat gemeenten niet met elkaar gaan concurreren maar juist gaan samenwerken voor de regionale economie. Risicovolle en overlastgevende bedrijvigheid moet zoveel mogelijk bij elkaar zijn gevestigd, zodat de overlast beperkt blijft. Ook moeten in verval geraakte terreinen eerst worden opgeknapt en hergebruikt voordat er wordt overgegaan naar uitbreiding van bedrijfsterreinen.

We ondersteunen de aangewezen toplocaties in Overijssel, behalve de Technology Base Twente. Dit terrein moet wat ons betreft worden bestemd voor natuur en passende recreatie.

Toerisme

Het toerisme in Overijssel groeit. Steeds meer Nederlandse maar ook buitenlandse toeristen weten Overijssel te vinden. Dat is goed voor zowel grote als kleinere recreatieondernemers maar de toeristische sector is ook een belangrijke bron van werkgelegenheid voor mensen met een praktische opleiding. De provincie moet deze sector daarom actief ondersteunen. De groei van deze sector mag echter niet leiden tot aantasting van de natuur of grote overlast voor de omgeving. Wij juichen daarom kleinschalig plattelandstoerisme en fiets- en wandeltoerisme toe maar staan kritisch tegenover grootschalig toerisme. Samenwerking tussen ondernemers in de promotie van hun gebied stimuleren we. Ook door middel van gezamenlijke arrangementen kunnen ze het aanbod verbeteren en toeristen langer in Overijssel laten verblijven.

Onze voorstellen

  • We zetten in op duurzame bedrijven bijvoorbeeld door bij subsidies voorwaarden te stellen op het gebied van duurzaamheid. De provincie geeft hierbij het goede voorbeeld.
  • We stimuleren (startende) MKB’ers om te innoveren en om bij te dragen aan een circulaire economie.
  • De provincie maakt afspraken met de regio’s over detailhandel en bedrijventerreinen om te voorkomen dat ze met elkaar gaan concurreren.
  • We stimuleren samenwerking in het toerisme om gezamenlijk hun gebied te promoten en het aanbod te verbeteren.

6. Rechtvaardig bestuur

Volksvertegenwoordigers en bestuurders moeten voortdurend naar inwoners luisteren en niet alleen in verkiezingstijd. Zo maken we samen een democratie voor en door mensen, met respect voor elkaar.

De provinciale democratie is aan verandering toe. De besluitvorming is formeel, weinig transparant en niet erg toegankelijk. Er moet meer ruimte komen voor inbreng vanuit inwoners en voor onderling debat. Veel gemeenten werken bijvoorbeeld al met interactieve bijeenkomsten in plaats van (alleen) met commissievergaderingen, dat zou in de provincie ook kunnen.

Als het gaat om participatie (het betrekken en mee laten denken en/of beslissen van inwoners) is er nog wel wat werk te doen. Inwoners worden steeds meer en vaker betrokken, maar we moeten er wel alert op zijn dat dat niet alleen de mondige, hoogopgeleide inwoners zijn. We moeten ook degenen die niet mondig of hoogopgeleid zijn actief betrekken. Daarom mag participatie niet in de plaats komen van de volksvertegenwoordiging en mag een participatietraject niet betekenen dat de volksvertegenwoordiging er niets meer over kan zeggen. De SP is voor de invoering van een referendum in Overijssel.

Bij beslissingen die de inwoners rechtstreeks raken in hun woongenot moeten zij vanaf het begin betrokken worden en weten hoe en in welke mate ze bij de besluitvorming betrokken kunnen zijn. De inwoners kennen hun omgeving het beste en wanneer ze betrokken worden en inbreng kunnen hebben, is het draagvlak groter dan wanneer de provincie alleen een keuze maakt.

De provincie moet niet op de stoel van gemeenten gaan zitten. Besluiten moeten zoveel mogelijk lokaal worden genomen en de provincie moet geen ad hoc initiatieven nemen die gemeentelijk beleid doorkruisen. De provincie heeft echter wel een taak om te voorkomen dat gemeenten met elkaar gaan concurreren op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, bedrijventerreinen en detailhandel.

Investeringen van de provincie moeten een heldere en afrekenbare doelstelling hebben. Investeringsvoorstellen met een onduidelijke en niet meetbare doelstelling wijzen we af, omdat dan niet meer gecontroleerd kan worden of de middelen goed besteed worden. We zijn ook tegen de trend om de politiek steeds meer op afstand te zetten bij investeringsbeslissingen die met publiek geld worden genomen. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld door publiek geld in investeringsfondsen te stoppen. Hier moeten we mee ophouden.

Omdat het kabinetsbeleid de afgelopen jaren voor forse lastenverzwaringen voor burgers heeft gezorgd, kiezen wij ervoor de provinciale motorrijtuigenbelasting (opcenten) niet te verhogen.

Als het gaat om de hoeveelheid externe inhuur zal de SP erop toezien dat de provincie de “Roemer-norm” goed hanteert. Volgens de Roemer-norm mag een bestuursorgaan niet meer dan 10% van de totale personeelskosten uitgeven aan externe inhuur van medewerkers of bedrijven. Daarnaast is het ook van belang om kennis en expertise in eigen huis te houden, zodat je niet te afhankelijk wordt van kennis van anderen. Cateringmedewerkers en schoonmaakpersoneel moet weer in dienst van de provincie komen.

Als het gaat om de werkwijze van de provincie is er een verandering nodig om de hoeveelheid controle en organisatiekosten te verminderen. Er zijn ook grote verschillen in de zwaarte van procedures voor de verschillende soorten en hoogten van provinciale bijdragen. We moeten kritisch kijken of de zwaarte van de procedure nog wel in verhouding is met de hoogte van de bijdrage en het doel van de bijdrage. De provincie moet zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen en meer stageplaatsen creëren.

De SP misgunt niemand een goedbetaalde baan, maar vindt het onacceptabel dat mensen in de publieke sector van belastinggeld enorme salarissen krijgen. Wat ons betreft verdient niemand in de Overijsselse publieke sector meer dan de minister-president. In de subsidievoorwaarden wordt opgenomen dat organisaties die hun directeuren meer betalen, geen recht meer hebben op de
subsidie.

In Provinciale Staten zal de SP zich inzetten om zoveel mogelijk van dit programma te realiseren. Alle voorstellen beoordelen we op zorg voor onze planeet en onze kernwaarden: menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.

Onze voorstellen

  • We zetten ons in voor modernisering van het provinciaal bestuur: dichter bij mensen, transparanter en toegankelijker.
  • De SP is voor het invoeren van een referendum-mogelijkheid in de provincie.
  • De SP wil beslissen mét en niet over inwoners van Overijssel. We gaan inwoners zo vroeg mogelijk actief betrekken bij onderwerpen die hun woonomgeving direct raken.
  • We gaan de provinciale motorrijtuigenbelasting (opcenten) niet verhogen.

Doe mee

Meld je aan

Terug naar boven