h
Rechtvaardig veranderen

3. Energie en milieu

We putten de aarde uit, gebruiken alles wat ons past zonder na te denken over de gevolgen voor de toekomst en vergiftigen de aarde bovendien. De economie en vooral het streven naar groei ervan lijkt de enige maatstaf voor alle besluiten die genomen worden. Dat gebeurt niet alleen in de rest van de wereld maar ook in Nederland en dus ook in Overijssel, in elke stad, dorp, wijk, straat en bij mensen thuis. Willen we zorgen voor een toekomst voor iedereen en iedereen na ons, dan moeten we onze manier van doen veranderen. Dat betekent respectvol omgaan met de dingen waar we dagelijks mee te maken hebben, zoals eten, drinken, kleding, wonen, warmte, energie, water, afval, enzovoort. Daar moeten we vandaag mee beginnen.

Die verandering moet op een eerlijke en rechtvaardige manier. Klimaatrechtvaardigheid noemen we dat bij de SP. Iedereen moet aan de verandering mee doen en dat betekent dat óók bedrijven hun aandeel daarin moeten leveren. Maar liefst 80% van de vervuiling komt immers van 10% van de grootste bedrijven. Uiteraard kunnen consumenten veel doen maar we moeten de pijlen echt richten op wat de bedrijven moeten doen: de vervuiler betaalt. Ook betekent het dat alle consumenten aan de verandering mee moeten kunnen doen en niet alleen degenen die zelf bijvoorbeeld zonnepanelen kunnen aanschaffen of duurzame kleding en duurzaam voedsel.

Om alle veranderingen voor iedereen mogelijk en betaalbaar te maken zet de SP in Overijssel in op participatie en energiecoöperaties. Participatie is wat ons betreft een recept voor draagvlak. Niet het rijk, de provincie of de gemeente moet bepalen waar bijvoorbeeld een nieuwe windmolen moet komen te staan maar de inwoners van Overijssel. En de inwoners moeten naast de lastenook delen in de lusten. Daarom is het tweede punt waarop wij willen inzetten het oprichten van energiecoöperaties in wijken, buurten en dorpen. Dit zorgt ervoor dat iedereen kan profiteren van lokale energie en dat daarmee de nieuwe vormen van energie voor iedereen betaalbaar zijn en blijven.

Bij maatregelen tegen klimaatverandering is de provincie wel gebonden aan regelingen en verdragen die Nederland heeft getekend. Deze regelingen en verdragen, zoals het Energy Charter Treaty (ECT) bevatten soms clausules die belemmerend werken. De provincie moet daar alert op zijn en bij de nationale overheid bepleiten dat dergelijke belemmeringen worden voorkomen of weggenomen.

Energie

“Wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken.” Energie besparen en energie opslaan zijn dan ook twee belangrijke strategieën. Zo kunnen we veel energie besparen door over te stappen op ledverlichting of door producten zó te maken dat alle onderdelen 100% gerecycled kunnen worden.Of door te zorgen dat straatverlichting niet onnodig brandt.

We moeten nieuwe manieren zoeken om opgewekte energie duurzaam op te slaan, zoals het gebruik van de elektrische auto als batterij voor thuisgebruik. Nu wordt een deel van de duurzaam opgewekte energie niet gebruikt, omdat er op sommige momenten meer aanbod is dan vraag.

Alle energie die we dan nog nodig hebben, moeten we duurzaam opwekken met bestaande technologie door zonnepanelen op ieder dak aan te brengen maar met nieuwere technologie zoals de warmte van wegen gebruiken. Daarnaast moeten we oog hebben voor creatieve toepassing van zonnepanelen zoals het gebruiken van zonnepanelen als geluidschermen.

De meest rechtvaardige manier om te voorzien in onze energiebehoefte is een provinciaal energiebedrijf. Op die manier hebben we weer zeggenschap over onze eigen energie en kunnen we die zo duurzaam mogelijk opwekken en zo eerlijk mogelijk leveren.

Energiebronnen

We verwarmen onze huizen met gas en koken op gas. Voor het koken kunnen we relatief gemakkelijk overstappen op elektriciteit. Voor het verwarmen van onze huizen is dat een stuk lastiger. Het gebruik van aardwarmte kan een alternatief zijn maar bij toepassing moet de overheid er wel strikt op toezien dat dit niet leidt tot risico’s op aardbevingen of vervuiling van grondwater. De overstap van gas naar alternatieve vormen van energie is een kans om onze huizen zo zelfvoorzienend mogelijk te maken en dus CO2-neutraal. Dat moet wel voor iedereen betaalbaar zijn. Huurders en eigenaren van woningen krijgen samen de regie over de energie, zoals bij lokale energiecoöperaties gebeurt.

Het isoleren van huizen levert een besparing op in het energieverbruik en in de vaste lasten van de bewoner. Bij nieuwbouw moet het huis standaard worden voorzien van goede isolatie, zonnepanelen en een ondergrondse watercontainer. Woningcorporaties moeten worden gestimuleerd en ondersteund om dit ook bij oudere huurhuizen te realiseren. Uitgangspunt daarbij is dat het totaal van de vaste lasten van huur en energie hierdoor niet stijgen.

Het benutten van restwarmte van bedrijven via collectieve verwarming van wijken of bedrijventerreinen zou een oplossing kunnen zijn maar dat is nog niet breed toepasbaar. Het gebruik van duurzaam geproduceerd waterstofgas kan een goede energiebron zijn in de industrie en voor transportdoeleinden maar het is niet gewenst om dat te gebruiken voor verwarming in de bebouwde omgeving. Bij de keuze voor een van de huidige mogelijkheden voor opwekking van
deze warmte, gebruikt de SP een meetlat met criteria op duurzaamheid, afhankelijkheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid.

Het opwekken van windenergie is een goede zaak, mits alle mensen die in de directe omgeving van zo’n windmolen wonen en werken vanaf het begin goed betrokken zijn bij het plan en baat hebben bij het plan. Dat kan op twee manieren: de ene manier is dat ze zelf het initiatief hebben genomen en er dus ook de vruchten van plukken. De andere manier is dat wanneer het plan van een andere partij komt, ze vooraf zijn betrokken bij de besluitvorming van het plan en meedelen in de opbrengsten of anders een goede compensatie ontvangen voor eventuele overlast. Het gaat dan om het ontvangen van goedkope of gratis stroom of een geldbedrag, niet om het ‘mogen’ kopen van aandelen. De provincie voert regie over het aantal en de spreiding van windmolens.

We zijn voor het opwekken van zonne-energie maar ook hier geldt een aantal voorwaarden. Er moet eerst gekeken worden naar daken die daarvoor beschikbaar zijn. Daken hebben altijd de voorkeur boven zonneparken op (landbouw)grond. Wanneer er toch voor (landbouw)grond gekozen wordt, dan moet gekeken worden of er onder de panelen ruimte is voor andere activiteiten.
Waterstof als brandstof voor auto’s en bussen kan een goede energiebron zijn om de transitie makkelijker te maken. We moeten daarom ook investeren in waterstoftechniek.

We zijn geen voorstander van biovergisters. Er moet teveel toegevoegd worden om het proces op gang te houden. Houtgestookte biovergisters zijn niet duurzaam omdat er veel hout nodig is om deze vergisters winstgevend te maken. Omdat er in de provincie te weinig hout beschikbaar is, moet dit hout van over grote afstand hierheen worden vervoerd. Het is daarmee per definitie niet duurzaam. Ondanks dat vergisters op zich een goede manier zijn om met restproducten om te gaan, zou onze energievraag kunnen leiden tot een vraag naar meer hout of mest wat weer onnodig transport, houtkap of de intensieve veehouderij stimuleert. Dit staat haaks op duurzaamheid.

Het gebruik van fossiele brandstoffen en de subsidies op het gebruik van fossiele brandstoffen moeten zo snel mogelijk stoppen. De industrie/grootverbruikers zullen hierin de grootste stap moeten maken, omdat zij ook het meest verbruiken.

De kerncentrale Emsland in Lingen (D) vormt een gevaar voor een groot deel van de bevolking in Overijssel. Wij eisen daarom een onmiddellijke sluiting van deze centrale. De risico’s van kernenergie zijn veel te groot en er zijn genoeg andere vormen van energie. Ook kunnen kerncentrales niet worden uitgezet wanneer er voldoende energie is. Het risico is dan dat er geen belang meer is bij andere
vormen van energie waardoor we volledig afhankelijk worden van kernenergie. Dat is onwenselijk. Kernfusiecentrales zouden wel een schone vorm van energie kunnen zijn maar die zijn nog niet mogelijk.

Milieu

In hoog tempo worden de komende jaren kleine gasvelden in Overijssel, zoals in Hardenberg (NAM), Wanneperveen en Eesveen (Vermilion), leeggepompt. Bedrijven die grondstoffen winnen uit de bodem maken enorme winsten maar geven niet thuis voor de schade die het veroorzaakt. De risico’s die inwoners en omwonenden van dit gebied lopen, worden gebagatelliseerd en ontkend. Voor hen moet er een ruimhartig schadefonds komen. Daarin moeten bedrijven, voordat zij starten met de bedrijfsactiviteiten, een aanzienlijk bedrag storten als onderdeel van hun bedrijfsplan. Ook vervuiling die achterblijft na verkoop of bedrijfsbeëindiging, moet betaald kunnen worden uit dit fonds. Wanneer er werkelijk zoals beweerd wordt geen gevaren zijn, zou dit voor deze bedrijven toch geen probleem moeten zijn. Zo’n schadefonds is een absolute voorwaarde en
zolang het er niet is, kan er wat de SP betreft geen gas gewonnen worden.

De opslag van stoffen als afvalwater, olie, kernafval en asbest in de bodem vormt een bedreiging voor ons drinkwater en milieu en moet daarom niet worden toegestaan. Al het bedrijfsafval moet verwerkt worden in plaats van te worden opgeslagen. De drinkwaterveiligheid, de volksgezondheid en het milieu staan bij de SP voorop. Bij de opslag van CO2 gaat het niet zozeer om vervuiling als wel om de druk die het in de bodem geeft.

Volgens een nieuwe wet is het vanaf 2025 verboden om gebouwen in
bezit te hebben met asbest dat is blootgesteld aan de lucht. Dat betekent voor bijvoorbeeld eigenaren van schuren of stallen met asbestdaken dat zij de plicht hebben hun daken te vervangen. Met name voor particuliere bezitters van schuurtjes met asbest levert het zelf opruimen van dit asbest onacceptabele gezondheidsrisico’s. Daarom moet het collectief worden opgepakt. Daarbij wordt er zoveel mogelijk aan één gecertificeerd bedrijf aanbesteed en kunnen de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Dit is bijvoorbeeld in de wijk Polhaar in Dalfsen gebeurd. Gemeenten moeten daar het voortouw in nemen en de provincie kan hen daarbij ondersteunen.

Uiteindelijk moet alle asbest verdwijnen: van daken, uit dakbeschot, uit spouwmuren, als isolatie om buizen, uit wegen en paden en uit de grond. Zowel de overheid, maar ook asbestproducenten zoals Eternit hebben daarbij een verantwoordelijkheid voor het beschermen van de gezondheid van de burgers. Zij hebben immers al die jaren de productie, regelgeving en het gebruik mogelijk gemaakt, terwijl al 25 jaar de gevaren van asbest bekend zijn. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen en financieel bijspringen bij de verwijdering van asbest. Ook moet Eternit financieel verantwoordelijk worden gesteld, desnoods door de rechter.

Het opslaan van asbest is slechts uitstel van het probleem. Daarom moet al het ingezamelde asbest worden verwerkt in plaats van opgeslagen in de bodem. Het verwerken van asbest is te belangrijk om over te laten aan het bedrijfsleven. Daarom willen we dat de provincie hierin het voortouw neemt.

We zijn al jaren afval aan het scheiden en daarmee zijn we op de goede weg, maar we zijn er nog lang niet. De volgende stap is om bij het maken van nieuwe producten rekening te houden met hergebruik van grondstoffen. Doel is om te komen tot een circulaire (kringloop)economie waarin we weinig tot geen nieuwe grondstoffen meer nodig hebben. Twence kan een belangrijke rol spelen om van verbranding van afval over te gaan op hergebruik van grondstoffen.

De meeste producten die we kopen zijn verpakt in plastic, meestal vanuit hygiënisch oogpunt of vanuit het oogpunt van houdbaarheid. Dit plastic is vaak voor eenmalig gebruik en belandt vervolgens in de afvalbak. De grootste winst kunnen we behalen als we inzetten op andere en afbreekbare verpakkingsmaterialen of om veel minder verpakkingsmaterialen te gebruiken. Dit kan inmiddels zonder dat we eigen glazen potten en flessen moeten meeslepen bij het boodschappen doen. Er zijn inmiddels goede initiatieven zoals bijvoorbeeld een winkels die totaal plastic-vrij zijn.

Wanneer we in de toekomst nog plastic gebruiken moet het recyclebaar zijn. Al het plastic dat we produceren, moet gerecycled kunnen worden. We kunnen een deel van het plastic recyclen en hergebruiken maar wanneer dat winstgevend wordt, zal de vraag naar plastic om te recyclen stijgen. Daardoor stimuleren we juist weer de productie van plastic en blijft plastic als schadelijk product bestaan.

Het produceren van al die verschillende soorten plastic moet stoppen want
daardoor wordt hergebruik nog moeilijker. De kans op grote perioden van droogte neemt toe, waardoor onze drinkwatervoorziening ook onder druk staat. Daarom moeten we de mogelijkheden onderzoeken voor een tweede grijswaternet om de wc door te spoelen en de tuin te sproeien. Bij nieuwbouw van huizen kan er een grote opvangcontainer geplaatst worden waarin (regen)water wordt opgevangen. Een ander waterprobleem is dat regenbuien intenser worden waardoor er veel water afgevoerd moet worden in korte tijd. Mensen moeten daarom worden gestimuleerd om hun tuinen niet helemaal te betegelen en om bestaande betegeling zo veel mogelijk te vervangen door groen. Ook vergroening van de binnensteden moet worden gestimuleerd.

Op veel plekken is de luchtkwaliteit slecht, vooral als gevolg van (lucht)verkeer. De provincie moet daarom een programma ontwikkelen voor verbetering van de luchtkwaliteit op basis van metingen (verkeer, stoken, landbouw) en op basis van de normen van de WHO en inzetten op handhaving van de normen.

Handhaven

De praktijk op dit moment is dat het niet naleven van milieuwetten en verordeningen kosten bespaart en veel winst oplevert. Het opslaan in plaats van verwerken van kunstgras is daar een recent voorbeeld van. Deze praktijk moet onmiddellijk stoppen. Wetten en verordeningen zijn er om onze gezondheid en natuur en milieu te beschermen. Het houden van regelmatige controles door de overheid is daarom noodzakelijk.

Een andere praktijk is dat veel controles van tevoren worden aangekondigd. De reden daarvoor is dat de regelgeving maar ook de chemische processen ingewikkeld zijn. Ook vinden er door bezuinigingen veel te weinig controles plaats. Dit geldt niet alleen voor controles bij bedrijven op bedrijventerreinen maar ook voor controles op het goederenvervoer. Met name bij het goederenvervoer over spoor is er veel mis omdat het vaak onduidelijk is welke stoffen er dwars door woonkernen worden vervoerd. Wanneer er dan toch iets misgaat, is het effect nog groter omdat hulpdiensten niet adequaat kunnen reageren en omwonenden niet goed kunnen worden geïnformeerd. Het zwaardere goederenvervoer levert ook veel overlast op in de vorm van geluid en trillingen. Dit wordt onvoldoende gemeten waardoor overlast en schade moeilijker te onderbouwen is.

Het milieu en de gezondheid van de inwoners van Overijssel horen voorop te staan en daarom pleiten we voor voldoende metingen, goede normen, een strikte handhaving en voor meer en onaangekondigde controles.

Onze voorstellen

  • Klimaatrechtvaardigheid betekent dat de vervuiler betaalt in verhouding tot de vervuiling die hij veroorzaakt. We pakken grootschalige vervuiling in het bedrijfsleven aan.
  • Participatie is het recept voor duurzame ontwikkelingen zoals het opwekken van energie. Inwoners bepalen zelf (mee) waar windmolens kunnen komen en delen mee in de opbrengst. Zo krijgen mensen niet alleen de lasten maar ook de lusten.
  • We zorgen voor 100% led-verlichting bij de straatverlichting langs provinciale wegen en fietspaden.
  • We stoppen met het stimuleren symptoombestrijders zoals biovergisters.
  • We zijn tegen kernenergie nu en in de toekomst. We ondersteunen de strijd en lobby voor sluiting van kerncentrales Emsland bij Lingen.
  • We staan niet toe dat de Overijsselse bodem wordt gebruikt voor (schalie)gaswinning of als opslagruimte voor afval/CO2, asbest of andere bodemvreemde stoffen.
  • We gaan gemeenten ondersteunen als ze het voortouw nemen bij het collectief verwijderen van asbest op schuurtjes zodat gecertificeerde bedrijven dat tegen een zo laag mogelijke prijs kunnen doen.

U bent hier