h
Rechtvaardig veranderen

5. Rechtvaardige economie

Om het mogelijk te maken dat mensen goed kunnen leven is de economie belangrijk. Een goede economie zorgt voor werkgelegenheid en welvaart. Met het geld dat we verdienen, kunnen we onze kinderen naar school sturen, kunnen we zorgen voor mensen die ziek zijn of hulp nodig hebben en kunnen we het leven van mensen beter maken. Een goed leven is niet mogelijk als mensen honger hebben, als ze steeds bang zijn hun baan of inkomen te verliezen, als ze hulp nodig hebben maar niet krijgen of als ze overwerkt zijn omdat hun collega’s wegbezuinigd zijn. De SP vindt dat de economie in dienst van de mensen moet staan, niet de mensen in dienst van de economie.

Het voornaamste bezwaar tegen de huidige economie is dat het maken van winst centraal staat en niet het vervullen van maatschappelijke behoeften. Ons huidige economische stelsel is gebaseerd op schaalvergroting en efficiëntie, waarbij de tussenhandel een onevenredig groot deel van de opbrengst opeist. Als gevolg van dit stelsel moeten producten steeds goedkoper geproduceerd worden. Om voldoende winst te maken moeten er steeds grotere hoeveelheden geproduceerd en verkocht worden en moeten alle kosten omlaag. Ook de loonkosten gaan omlaag. Niet de kwaliteit van een werknemer, maar de kostenpost die zij/hij vormt is hierin bepalend. Het is een race naar beneden. We produceren steeds meer, maar produceren niet duurzaam en vervoeren meer producten over grotere afstanden. We putten de aarde uit en warmen haar in een hoog tempo op door de CO2-productie die daarmee gepaard gaat.

Deze race naar beneden is niet houdbaar. De economie kan niet oneindig kan blijven groeien en we kunnen niet door blijven gaan met het uitputten van de aarde. Het maar blijven verlagen van de lonen van werknemers zal hun koopkracht steeds verder doen afnemen en uiteindelijk stopt dan de economie.

De economie moet daarom anders worden georganiseerd. Duurzamer, gericht op 100% recyclebaar of, zoals dat met een mooi woord heet, circulair. De vervuiling en verspilling moeten stoppen en we moeten toe naar een duurzame economie. Omdat slechts 10% van de grootste bedrijven voor 80% van de vervuiling zorgen, is het rechtvaardig dat zij ook naar verhouding mee betalen aan deze overstap. We moeten toe naar minder produceren maar van een betere kwaliteit, op een manier die iets toevoegt aan de samenleving in plaats van dat het hen iets kost. En ook bij de werkgelegenheid moet het om de kwaliteit gaan.

De verandering van de economie moet op een rechtvaardige manier. Een manier die voldoende banen oplevert met goede salarissen en mogelijkheden voor iedereen. In deze periode van economische voorspoed waarin veel vacatures niet vervuld kunnen worden, moeten we de ruimte gebruiken om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen en ze zo een beter toekomstperspectief te bieden.

Een valkuil is het bestrijden van de symptomen in plaats van de kwaal. Een voorbeeld daarvan is het mestoverschot. In plaats van te zoeken manieren om mest te voorkomen, bijvoorbeeld door een verantwoorde manier te zoeken voor het afbouwen van de veestapel, heeft men zich gefocust op het ontwikkelen van een methode om de mest te verwerken. Vanuit het oogpunt van hergebruik van grondstoffen op zich goed, maar wanneer het door de energievraag lucratief wordt, gaat het juist de productie van mest stimuleren en wordt de CO2-uitstoot juist vergroot in plaats van verkleind.

Voor de “plastic-soep” geldt een vergelijkbaar verhaal. We kunnen een deel van het plastic recyclen en hergebruiken, maar wanneer dat lucratief wordt, zal de vraag naar plastic om te recyclen stijgen en bereiken we het tegenovergestelde. Bij het opstellen van subsidieregelingen moet de provincie dus alert zijn op deze mechanismen, zodat we met de subsidie niet het tegenovergestelde stimuleren.

Kortom, het economische beleid van de provincie moet niet langer economische groei centraal stellen, maar het vervullen van maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, verduurzaming, het terugdringen van flexibilisering, het in dienst nemen van mensen die moeilijk aan het werk komen en zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. Deze voorwaarden moeten een belangrijke rol spelen bij het verlenen van subsidies, bij het verstrekken van leningen, bij de inkoop en bij aanbestedingen. Ook bij het innovatiebeleid van de provincie moeten de maatschappelijke opgaven centraal komen te staan.

Duurzame bedrijven en MKB

De SP wil dat de provincie inzet op duurzame bedrijven. Dat kan door voorwaarden te verbinden aan de subsidies die door de provincie via de regionale ontwikkelingsmaatschappij (ROM) OostNL aan bedrijven worden gegund. Bedrijven die subsidie ontvangen, worden mede beoordeeld op
grond van duurzaamheid en hun inspanningen om te komen tot een circulaire economie.

Een groot deel (80-85%) van de Overijsselse bedrijven is midden- of kleinbedrijf (MKB). Het MKB zorgt voor een groot deel van de banen en speelt een grote rol bij innovatie. Zij maken echter vaak geen gebruik van subsidies waar ze wel aanspraak op zouden kunnen maken, omdat ze niet altijd het nut en de noodzaak van innovatie inzien. Daarom is het belangrijk dat de provincie (startende) MKB’ers stimuleert bij innovatie en bij de overstap naar een circulaire economie. De provincie moet onnodig ingewikkelde aanvraagprocedures voorkomen.

Het economische beleid is nu nog sterk gericht op de techniek en de technische opleidingen. Andere sectoren van de economie zoals bijvoorbeeld de zorg, het onderwijs en dienstverlening zijn minstens zo belangrijk. Ook moeten we erop blijven hameren dat het economisch beleid niet alleen gericht is op hbo- en universitair opgeleiden, maar ook op vakgeschoolden.

De provinciale overheid moet het goede voorbeeld geven, of het nu gaat om een aanbesteding voor het aanleggen van een weg of het kopen van producten voor de bedrijfskantine of het kantoor. Binnen de provincie Overijssel moeten we ons beleid continu hieraan toetsen. Door gebruik te maken van lokale bedrijven besparen we op vervoer van producten. We kiezen bij voorkeur voor bedrijven die het bedrijfsdak vol hebben liggen met zonnepanelen en die duurzaam,
circulair produceren.

Detailhandel

Voor de detailhandel moeten er met de regio afspraken worden gemaakt om ongewenste concurrentie tussen gemeenten te voorkomen. Om gezonde winkelcentra en een netwerk van detailhandelsvoorzieningen in stand te houden, zijn wij tegen de komst van supermarkten in het buitengebied (zogenaamde weidewinkels) en tegen de verdere groei van detailhandel buiten de woongebieden.

De provincie moet de gemeenten helpen met het vernieuwen van slechtlopende winkelgebieden en hier ook middelen voor beschikbaar stellen.

Bedrijventerreinen

De provincie moet samen met de regio’s afspraken maken over de bedrijfsterreinen zodat gemeenten niet met elkaar gaan concurreren maar juist gaan samenwerken voor de regionale economie. Risicovolle en overlastgevende bedrijvigheid moet zoveel mogelijk bij elkaar zijn gevestigd, zodat de overlast beperkt blijft. Ook moeten in verval geraakte terreinen eerst worden opgeknapt en hergebruikt voordat er wordt overgegaan naar uitbreiding van bedrijfsterreinen.

We ondersteunen de aangewezen toplocaties in Overijssel, behalve de Technology Base Twente. Dit terrein moet wat ons betreft worden bestemd voor natuur en passende recreatie.

Toerisme

Het toerisme in Overijssel groeit. Steeds meer Nederlandse maar ook buitenlandse toeristen weten Overijssel te vinden. Dat is goed voor zowel grote als kleinere recreatieondernemers maar de toeristische sector is ook een belangrijke bron van werkgelegenheid voor mensen met een praktische opleiding. De provincie moet deze sector daarom actief ondersteunen. De groei van deze sector mag echter niet leiden tot aantasting van de natuur of grote overlast voor de omgeving. Wij juichen daarom kleinschalig plattelandstoerisme en fiets- en wandeltoerisme toe maar staan kritisch tegenover grootschalig toerisme. Samenwerking tussen ondernemers in de promotie van hun gebied stimuleren we. Ook door middel van gezamenlijke arrangementen kunnen ze het aanbod verbeteren en toeristen langer in Overijssel laten verblijven.

Onze voorstellen

  • We zetten in op duurzame bedrijven bijvoorbeeld door bij subsidies voorwaarden te stellen op het gebied van duurzaamheid. De provincie geeft hierbij het goede voorbeeld.
  • We stimuleren (startende) MKB’ers om te innoveren en om bij te dragen aan een circulaire economie.
  • De provincie maakt afspraken met de regio’s over detailhandel en bedrijventerreinen om te voorkomen dat ze met elkaar gaan concurreren.
  • We stimuleren samenwerking in het toerisme om gezamenlijk hun gebied te promoten en het aanbod te verbeteren.

U bent hier